Nederlands moet de instructietaal blijven

De regering moet ervoor zorgen dat Nederlands de belangrijkste taal blijft in het onderwijs. Het gebruiken van de thuistaal van leerlingen werkt niet in de klas. Leraren kunnen namelijk niet alle verschillende talen bijhouden. Ook is er geen bewijs dat het gebruiken van de thuistaal helpt bij het leren van Nederlands.

Motie van het lid Boomsma over er zorg voor dragen dat het Nederlands de leer- en instructietaal blijft in het reguliere funderend onderwijs

De kamer, overwegende dat leerlingen die van huis uit een andere taal spreken dan Nederlands bij het leren van het Nederlands gebaat zijn bij een duidelijke aanpak en vooral heel veel Nederlands; constaterende dat de methode om de thuistaal van leerlingen in te zetten bij het leren van Nederlands (talige diversiteit) onwerkbaar is omdat leraren en leerkrachten geen rekening kunnen houden met meerdere thuistalen in de klas; constaterende dat uit onderzoek dat is verricht naar meertaligheid niet eenduidig blijkt dat het leren van Nederlands gebaat is bij de inzet van de thuistaal; verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat het Nederlands de leer- en instructietaal blijft in het reguliere funderend onderwijs en voor het vak Nederlands, en voorlopig geen stappen te zetten richting het stimuleren van talige diversiteit op school.
17 juni | JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma D66

Stemverwachting: voor (onzeker, 65%)

Argumenten voor: De partij benadrukt dat het versterken van basisvaardigheden in taal een van de belangrijkste prioriteiten is [1] en dat er in een cultuur van hoge verwachtingen moet worden ingezet op sterke basisvaardigheden in taal [2]. Daarnaast wil de partij dat onderzoek en bewezen effectieve methodes sneller de klas bereiken [6], wat aansluit bij de wens om een duidelijke en werkbare aanpak voor het aanleren van Nederlands te hanteren.

Argumenten tegen: De partij stelt dat onderwijs passend moet zijn voor ieder kind [3] en dat kinderen vanuit hun eigen achtergrond moeten kunnen groeien [5]. Ook wordt er gepleit voor onderwijs op maat [4], wat zou kunnen duiden op een bredere benadering van het leerproces dan enkel de focus op de instructietaal.

Bronnen:

  1. "We zorgen voor een sterke basis voor ieder kind. Lessen in taal, rekenen, burgerschap en digitale vaardigheden zijn het belangrijkst. De vaardigheden in taal en rekenen nemen al jaren af. Dat moet beter. Iedere school krijgt een volle schoolbibliotheek."
  2. "Waar je geboren bent en opgroeit, mag niet bepalen welke verwachtingen het onderwijs van je heeft. We doorbreken hardnekkige patronen van lage verwachtingen. We werken vanuit hoge verwachtingen van ieder kind, ongeacht je achtergrond. Dat doen we vanaf de eerste stappen op de kinderopvang tot aan het eindexamen. Hetzelfde geldt voor leraren, onderwijsassistenten, schoolleiders én bestuurders. In deze cultuur van hoge verwachtingen combineren we een rijk schoolprogramma met sterke basisvaardigheden in taal, rekenen en burgerschap."
  3. "D66 wil dat kinderen zoveel mogelijk samen naar school kunnen gaan. Onderwijs moet voor ieder kind passend zijn. Dat vraagt om genoeg leraren, ondersteuners, kennis en ruimte. Daar wil D66 sneller voor zorgen."
  4. "D66 doorbreekt dit. Dat doen we door te kiezen voor hoge verwachtingen, gelijke kansen en goede gebouwen om in te leren. Kinderen en jongeren krijgen meer tijd om hun talent te ontdekken, doordat we later selecteren en onderwijs op maat écht laten werken. Leraren krijgen het vertrouwen en de ruimte in hun vak. Studenten krijgen meer zekerheid, zoals met een hogere aanvullende beurs voor mbo'ers en meer studentenhuisvesting. We investeren in goede schoolgebouwen die ook duurzaam en toegankelijk zijn en we versterken digitale vaardigheden én vergroten het leesplezier. En we investeren in mbo's, hogescholen en universiteiten, zodat we ook de toekomst aankunnen. Zo bouwen we aan onderwijs waar mensen altijd blijven leren, op een manier die bij ze past, van nul tot honderd jaar."
  5. "Te veel kinderen beginnen met een achterstand op de basisschool. Daarom investeren we vanaf het allereerste begin in een stevige basis en in sociale ontwikkeling. Want juist jonge kinderen hebben structuur nodig, een rijke plek om te leren en contact met leeftijdsgenoten. We bouwen aan één publieke voorziening voor alle kinderen van 1 tot 15 jaar. Daarin kan ieder kind, in eigen tempo en vanuit de eigen achtergrond, groeien. Zo verdwijnt ook het verschil tussen kinderopvang en peuteropvang of voor- en vroegschoolse educatie."
  6. "We zorgen dat pabo's voldoen aan landelijke kwaliteitseisen voor eindniveau en inhoud, en versterken de academische pabo zodat onderzoek en bewezen effectieve methodes sneller de klas bereiken. Dat verbetert het onderwijs en versterkt de professionele status van het leraarschap."