Nederlands moet de instructietaal blijven

De regering moet ervoor zorgen dat Nederlands de belangrijkste taal blijft in het onderwijs. Het gebruiken van de thuistaal van leerlingen werkt niet in de klas. Leraren kunnen namelijk niet alle verschillende talen bijhouden. Ook is er geen bewijs dat het gebruiken van de thuistaal helpt bij het leren van Nederlands.

Motie van het lid Boomsma over er zorg voor dragen dat het Nederlands de leer- en instructietaal blijft in het reguliere funderend onderwijs

De kamer, overwegende dat leerlingen die van huis uit een andere taal spreken dan Nederlands bij het leren van het Nederlands gebaat zijn bij een duidelijke aanpak en vooral heel veel Nederlands; constaterende dat de methode om de thuistaal van leerlingen in te zetten bij het leren van Nederlands (talige diversiteit) onwerkbaar is omdat leraren en leerkrachten geen rekening kunnen houden met meerdere thuistalen in de klas; constaterende dat uit onderzoek dat is verricht naar meertaligheid niet eenduidig blijkt dat het leren van Nederlands gebaat is bij de inzet van de thuistaal; verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat het Nederlands de leer- en instructietaal blijft in het reguliere funderend onderwijs en voor het vak Nederlands, en voorlopig geen stappen te zetten richting het stimuleren van talige diversiteit op school.
17 juni | JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: Het verkiezingsprogramma bevat geen directe argumenten die het beperken van talige diversiteit of het uitsluitend inzetten van het Nederlands als instructietaal ondersteunen.

Argumenten tegen: De partij pleit voor structurele aandacht voor minderheidstalen in het onderwijs om gelijke kansen te waarborgen [1]. Daarnaast wordt meertaligheid expliciet genoemd als een belangrijk thema waar aandacht voor moet zijn in de lerarenopleidingen [4]. De inzet op een inclusieve omgeving waarin ieder kind zich kan ontwikkelen, ongeacht afkomst [3][2], suggereert een positie die aansluit bij het erkennen van diverse achtergronden.

Bronnen:

  1. "Volt roept de regering op tot volledige naleving van het Europees Handvest voor regionale of minderheidstalen, zodat erkende talen als het Fries gelijkwaardige onderwijskansen krijgen op alle niveaus. Structurele aandacht voor deze talen in het onderwijs past bij een rechtvaardige en inclusieve democratie."
  2. "Volt wil passend onderwijs voor ieder individu, waarbij de ontplooiing van karakter, talent en mentale capaciteit van elk kind het uitgangspunt moet zijn. Het kind komt centraal te staan in ons onderwijsmodel, waarbij we inzetten op een inclusieve en stimulerende omgeving voor iedereen."
  3. "Gelijke kansen beginnen in de klas. Ieder kind moet zich kunnen ontwikkelen, ongeacht inkomen, afkomst of woonplaats. Maar niet iedereen start met dezelfde kansen. Toegang tot onderwijs en kinderopvang verschilt nog te vaak per regio of gezinssituatie. Ook sluit het onderwijs niet altijd aan op de vaardigheden die in de toekomst nodig zijn."
  4. "Volt zet zich in voor het beter laten aansluiten van de lerarenopleidingen op de praktijk. Veel startende leraren ervaren een 'praktijkschok' omdat de opleiding nog te veel focust op theorie en te weinig op wat er in de klas speelt. Volt pleit daarom voor meer praktijkgericht onderwijs vanaf het begin van de opleiding, voor betere begeleiding tijdens stages en structurele aandacht voor thema's als kansengelijkheid, meertaligheid en digitale geletterdheid."