Beter bereik van voorschoolse educatie

De regering moet meer kinderen bereiken met voorschoolse educatie. Nu wordt 20% tot 25% van de kinderen die extra hulp nodig hebben niet bereikt. Dit vergroot de kans op een onderwijsachterstand. De regering moet onderzoeken wat de belemmeringen zijn en goede voorbeelden van gemeenten delen die deze kinderen wél bereiken.

Motie van de leden Armut en Rooderkerk over de Kamer informeren over het vergroten van het bereik van voorschoolse educatie onder geïndiceerde kinderen

De kamer, constaterende dat voorschoolse educatie bedoeld is om jonge kinderen met een risico op een onderwijsachterstand een zo goed mogelijke start op de basisschool te geven; constaterende dat 75% tot 80% van de geïndiceerde kinderen de weg naar voorschoolse educatie vindt, maar dat 20% tot 25% van deze kinderen nog niet wordt bereikt; overwegende dat gemeenten, consultatiebureaus, wijkteams en voorschoolse voorzieningen, zoals peuterspeelzalen en kinderopvanglocaties, een belangrijke rol spelen bij het bereiken van ouders en het verlagen van drempels; verzoekt de regering om samen met gemeenten, consultatiebureaus en voorschoolse voorzieningen in kaart te brengen welke geïndiceerde kinderen nog onvoldoende worden bereikt en welke belemmeringen daarbij spelen; verzoekt de regering tevens om goede voorbeelden van gemeenten die deze kinderen en ouders wél effectief bereiken actief te verspreiden en beter te benutten; verzoekt de regering de Kamer vóór de begrotingsbehandeling van OCW te informeren over de wijze waarop het bereik van voorschoolse educatie onder geïndiceerde kinderen concreet wordt vergroot.
17 juni | CDA, D66 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij vindt dat afstemming tussen het gezin en maatschappelijke sectoren zoals het onderwijs en de opvang noodzakelijk is [2]. Daarnaast is voor de ontwikkeling van het kind een goede samenwerking tussen ouders en school onmisbaar [2]. De partij vindt ook dat de Rijksoverheid gemeenten moet stimuleren en faciliteren om laagdrempelige ondersteuning aan te bieden [1].

Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten om de verbetering van het bereik van voorschoolse educatie of de samenwerking tussen de overheid en gemeenten tegen te werken.

Bronnen:

  1. "De Rijksoverheid stimuleert en faciliteert gemeenten om laagdrempelige ondersteuning voor versterking en behoud van relaties aan te bieden."
  2. "Opvoeden doen ouders niet alleen. Gezinnen zijn onderdeel van bredere families. Opa's en oma's spelen vaak een belangrijke rol. Ook is het waardevol als er een bredere gemeenschap betrokken is, zeker als er moeilijke situaties zijn. Denk bijvoorbeeld aan kerken. Daarnaast is afstemming nodig tussen het gezin en maatschappelijke sectoren zoals het onderwijs, de opvang en de zorg. Voor de ontwikkeling van het kind is een goede samenwerking tussen ouders en school onmisbaar. In een latere levensfase kunnen kinderen bijvoorbeeld een belangrijke rol spelen in de zorg voor hun ouders en zo de overbelaste formele zorg ontzien. De overheid dient families en gemeenschappen centraal te stellen in het beleid en de wetgeving. Daar profiteert iedereen van."