Onderzoek naar uitval door antisemitisme

De regering moet onderzoeken hoe vaak scholieren en studenten stoppen met hun opleiding door antisemitisme. Dit is nodig omdat er de afgelopen twee jaar veel meer Jodenhaat op scholen en universiteiten is. De overheid heeft de plicht om studenten te beschermen tegen discriminatie.

Motie van het lid Boomsma over onderzoeken hoe vaak scholieren en studenten de afgelopen twee jaar van school of universiteit zijn gegaan als gevolg van antisemitisme

De kamer, constaterende dat niet bekend is hoe vaak Joodse scholieren, studenten en/of medewerkers in het onderwijs stoppen met hun school, studie of betrekking wegens antisemitisme en intimidatie, omdat scholen, universiteiten en hogescholen dit volgens het kabinet niet bijhouden; overwegende dat bekend is dat sommige Joodse studenten en medewerkers stoppen vanwege Jodenhaat op hun leer- of werkplek en dat dit onacceptabel is; overwegende dat het een fundamentele plicht is van de Nederlandse overheid en instellingen om ervoor te zorgen dat alle leerlingen en studenten worden beschermd tegen discriminerende intimidatie, zeker gezien de enorme toename van antisemitisme de afgelopen twee jaar; verzoekt de regering in overleg en samenwerking met onderwijsinstellingen te onderzoeken hoe vaak scholieren en studenten de afgelopen twee jaar van een school of universiteit zijn gegaan als gevolg van antisemitisme, bijvoorbeeld door (desnoods anoniem) navraag te doen bij vertrekkende leerlingen en studenten, en dit de komende tijd te blijven monitoren.
17 juni | JA21 | Aangenomen: 143–7 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma D66

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de toename van haat en geweld tegen mensen vanwege hun geloof moet stoppen [1]. Daarnaast zet de partij zich in tegen discriminatie in het onderwijs, waarbij zij een geen-pardon beleid tegen stagediscriminatie willen en voorstellen om elke onderwijsinstelling een meldpunt voor discriminatie te geven [2]. Het onderzoeken van de impact van antisemitisme op het vertrek van studenten en medewerkers sluit aan bij deze standpunten om haat en discriminatie aan te pakken.

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten tegen het onderzoeken van antisemitisme of het monitoren van de gevolgen hiervan binnen het onderwijs.

Bronnen:

  1. "Haat en geweld tegen mensen vanwege hun geloof, afkomst, seksuele oriëntatie of genderidentiteit neemt toe. Dat moet stoppen. We investeren in gespecialiseerde rechercheurs, betere training bij de politie en diversiteitsnetwerken, zoals Roze in Blauw, het Joods Politienetwerk en het Landelijk Caribisch Netwerk. We nemen extra beveiligingsmaatregelen waar dat nodig is, zoals bij moskeeën en synagogen."
  2. "Wij willen een eerlijke stagevergoeding voor elke student. Daarom komt er een wettelijke minimum stagevergoeding, die werkgevers betalen. Er mag geen verschil bestaan tussen stages in het mbo, hbo en wo. We accepteren geen stagediscriminatie en voeren daarom een geen-pardon beleid. Elke onderwijsinstelling krijgt een meldpunt voor stagediscriminatie."