Onderzoek naar uitval door antisemitisme

De regering moet onderzoeken hoe vaak scholieren en studenten stoppen met hun opleiding door antisemitisme. Dit is nodig omdat er de afgelopen twee jaar veel meer Jodenhaat op scholen en universiteiten is. De overheid heeft de plicht om studenten te beschermen tegen discriminatie.

Motie van het lid Boomsma over onderzoeken hoe vaak scholieren en studenten de afgelopen twee jaar van school of universiteit zijn gegaan als gevolg van antisemitisme

De kamer, constaterende dat niet bekend is hoe vaak Joodse scholieren, studenten en/of medewerkers in het onderwijs stoppen met hun school, studie of betrekking wegens antisemitisme en intimidatie, omdat scholen, universiteiten en hogescholen dit volgens het kabinet niet bijhouden; overwegende dat bekend is dat sommige Joodse studenten en medewerkers stoppen vanwege Jodenhaat op hun leer- of werkplek en dat dit onacceptabel is; overwegende dat het een fundamentele plicht is van de Nederlandse overheid en instellingen om ervoor te zorgen dat alle leerlingen en studenten worden beschermd tegen discriminerende intimidatie, zeker gezien de enorme toename van antisemitisme de afgelopen twee jaar; verzoekt de regering in overleg en samenwerking met onderwijsinstellingen te onderzoeken hoe vaak scholieren en studenten de afgelopen twee jaar van een school of universiteit zijn gegaan als gevolg van antisemitisme, bijvoorbeeld door (desnoods anoniem) navraag te doen bij vertrekkende leerlingen en studenten, en dit de komende tijd te blijven monitoren.
17 juni | JA21 | Aangenomen: 143–7 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij merkt op dat Joodse Nederlanders steeds vaker te maken krijgen met antisemitisme, met name door verbale en fysieke agressie op school [1]. Daarnaast wil de partij initiatieven om antisemitisme tegen te gaan actief en structureel ondersteunen [4].

Argumenten tegen: De partij is kritisch op het wegzetten van legitieme kritiek op de staat Israël als antisemitisme [3] en wijst de IHRA-werkdefinitie hiervoor af [2]. Dit zou kunnen leiden tot zorgen over de wijze waarop het onderzoek naar de oorzaken van vertrek wordt uitgevoerd en de interpretatie van de resultaten.

Bronnen:

  1. "Joodse Nederlanders hebben steeds vaker te maken antisemitisme. Met verbale en fysieke agressie op school, op het werk, in de eigen buurt, in de sport en op sociale media. Joodse scholen moeten steeds strenger beveiligd worden. Joden moeten hun Joodse identiteit in vrijheid en veiligheid kunnen beleven. Daarbij is het van belang om de rol van Europa in het antisemitisme onder ogen te zien. Europa is de bakermat van antisemitisme. Eeuwenlang werden Joden in Europa vervolgd om hun Joods-zijn. Er gingen tal van afschuwelijke complottheorieën rond waarin Joden werden gedehumaniseerd. Hierdoor werden mensen tegen elkaar opgezet. Dit vormde de voedingsbodem voor de Holocaust, een van de grootste misdaden in de geschiedenis, waar ook veel gewone burgers in Europa aan meewerkten."
  2. "De IHRA-werkdefinitie ziet kritiek op de staat Israël als een vorm van antisemitisme. De Nederlandse overheid wijst deze definitie daarom af."
  3. "Tot op de dag van vandaag worden Palestijnen op allerlei manieren onderdrukt. In Gaza maakt de staat Israël zich schuldig aan genocide en etnische zuivering, en ook de Westelijke Jordaanoever wordt langzaam etnisch gezuiverd. Voor de meeste Palestijnen gaat de Nakba nog gewoon door. Het is zorgwekkend en gevaarlijk dat er politici zijn die legitieme kritiek op de Israëlische regering of boosheid en verdriet over de genocidale oorlog in Gaza wegzetten als antisemitisme. Ten eerste omdat iedere burger vrij moet zijn om zich uit te spreken en op te komen tegen onderdrukking en oorlogsmisdaden. Ten tweede omdat de betekenis en de gevoelswaarde van het begrip antisemitisme hiermee verwatert. Dit schaadt de strijd tegen werkelijk antisemitisme. En waar antisemitisme terecht hard wordt veroordeeld, wordt institutionele en structurele moslimhaat nog minder snel door politici, de media en de samenleving als zodanig erkend en herkend. Discriminatie raakt niet alleen moslims en joden. Dit raakt ons allemaal, want als de grondrechten van een groep worden geraakt, dan worden diezelfde rechten voor iedereen meer wankel. Het raakt kortom ons land, de basis van onze rechtsstaat en wie wij zijn."
  4. "Initiatieven tot dialoog en educatie gericht op het tegengaan van moslimhaat en antisemitisme, zoals Deel de Duif, worden actief en structureel ondersteund."