De regering moet onderzoeken hoe vaak scholieren en studenten stoppen met hun opleiding door antisemitisme. Dit is nodig omdat er de afgelopen twee jaar veel meer Jodenhaat op scholen en universiteiten is. De overheid heeft de plicht om studenten te beschermen tegen discriminatie.
Motie van het lid Boomsma over onderzoeken hoe vaak scholieren en studenten de afgelopen twee jaar van school of universiteit zijn gegaan als gevolg van antisemitisme
De kamer,
constaterende dat niet bekend is hoe vaak Joodse scholieren, studenten
en/of medewerkers in het onderwijs stoppen met hun school, studie of
betrekking wegens antisemitisme en intimidatie, omdat scholen,
universiteiten en hogescholen dit volgens het kabinet niet bijhouden;
overwegende dat bekend is dat sommige Joodse studenten en
medewerkers stoppen vanwege Jodenhaat op hun leer- of werkplek en
dat dit onacceptabel is;
overwegende dat het een fundamentele plicht is van de Nederlandse
overheid en instellingen om ervoor te zorgen dat alle leerlingen en
studenten worden beschermd tegen discriminerende intimidatie, zeker
gezien de enorme toename van antisemitisme de afgelopen twee jaar;
verzoekt de regering in overleg en samenwerking met onderwijsinstellingen te onderzoeken hoe vaak scholieren en studenten de
afgelopen twee jaar van een school of universiteit zijn gegaan als gevolg
van antisemitisme, bijvoorbeeld door (desnoods anoniem) navraag te
doen bij vertrekkende leerlingen en studenten, en dit de komende tijd te
blijven monitoren.
Argumenten voor: De partij wil harder optreden tegen antisemitisme en stelt dat de Joodse gemeenschap een veilige plek verdient [1]. Ook wordt de toename van Jodenhaat benoemd als een probleem voor de vrije en veilige manier van samenleven [3]. Daarnaast wil de partij via de 'Wet vrij en veilig' beter inzicht krijgen in de veiligheid op scholen [4] en de onderwijsinspectie een explicietere rol geven bij het toezien op de sociale veiligheid van alle studenten [2]. Het monitoren van studenten die vertrekken vanwege antisemitisme sluit aan bij de wens om meer inzicht te krijgen in de veiligheid en effectiever op te treden [4][2].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten tegen het onderzoeken of monitoren van antisemitisme in het onderwijs.
Bronnen:
"Harder optreden tegen antisemitisme: De Joodse gemeenschap verdient een veilige plek in Nederland. We versterken de nationale aanpak tegen antisemitisme en geven de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding meer bevoegdheden en middelen. Holocaustontkenning en -bagatellisering zijn een vorm van hedendaags antisemitisme en worden stevig aangepakt. We maken de Holocaust bespreekbaar in elk klaslokaal."
"Sociale veiligheid: Onderwijsinstellingen moeten veilig zijn voor álle studenten. De onderwijsinspectie krijgt een explicietere rol in het toezien op deze veiligheid. Studenten en scholieren die schooleigendom vernielen worden eerder verwijderd van school. De minister moet kunnen ingrijpen door onderwijsinstellingen een aanwijzing te geven. Bij zeer ernstige veiligheidsproblemen kan de minister de bestuurders wegsturen."
"Dat onze vrije en veilige manier van samenleven onder druk staat, blijkt helaas ook keer op keer uit de toename van onder meer Jodenhaat, vrouwenhaat en homohaat. In steeds meer schoolklassen is de Holocaust onbespreekbaar. In Amsterdam accepteert minder dan de helft van de leerlingen homoseksualiteit. Sommige mensen, vaak zelfs hier geboren, zijn totaal vervreemd van ons land opgegroeid."
"Veilige school: School moet een veilige plek zijn voor leerlingen en onderwijsprofessionals. We introduceren de 'Wet vrij en veilig', zodat we beter zicht krijgen op de veiligheid. We borgen dat iedere school met effectief bewezen methodes pesten tegengaat. We tolereren in geen enkel geval wapens op school. We geven een schoolmedewerker, zoals de conciërge, bij redelijke verdenking, de bevoegdheid om kluisjes te doorzoeken of leerlingen te fouilleren."