De regering moet eerst de belangrijkste doelen en publieke belangen voor het spoor na 2033 vaststellen in een beleidskader. De Kamer moet hier eerst over oordelen. Pas daarna mag de regering een onderzoek doen naar de marktordening (de manier waarop de markt op het spoor wordt georganiseerd). Zo is het onderzoek gericht op wat de samenleving echt nodig heeft.
Motie van het lid Goudzwaard over een beleidskader voor de toekomstige marktordening voorleggen aan de Kamer
De kamer,
constaterende dat het kabinet begin 2027 een besluit wil nemen over de
toekomstige marktordening op het spoor na 2033;
overwegende dat de keuze voor een marktordening geen doel op zichzelf
is, maar moet voortvloeien uit de publieke belangen en beleidsdoelen die
op het spoor worden nagestreefd;
overwegende dat een zorgvuldige marktanalyse vraagt om duidelijkheid
vooraf over de beleidsdoelen en de publieke belangen waarop de
verschillende marktordeningsvarianten worden beoordeeld;
verzoekt de regering voorafgaand aan de uitvoering van de marktanalyse
de Kamer een beleidskader voor de toekomstige marktordening voor te
leggen waarin de publieke belangen en beleidsdoelen voor het spoor na
2033 zijn uitgewerkt;
verzoekt de regering de Kamer in de gelegenheid te stellen hieover haar
oordeel te geven alvorens de marktanalyse wordt uitgevoerd;
verzoekt de regering vervolgens de marktanalyse uit te voeren aan de
hand van dit beleidskader en de uitkomsten daarvan te betrekken bij de
besluitvorming over de toekomstige marktordening.
Argumenten voor: De partij ziet spoorwegen als een cruciale levenslijn voor de economische concurrentiepositie van Nederland [1]. Bovendien wil de partij dat de bereikbaarheid in alle regio's wordt verbeterd, aangezien het eerdere beleid dat gericht was op kostenbeheersing heeft geleid tot een achteruitgang van de voorzieningen en bereikbaarheid in de regio's en buitengebieden [2]. Een beleidskader dat publieke belangen en beleidsdoelen vooraf vastlegt, biedt de mogelijkheid om deze doelen, zoals betrouwbaarheid en betaalbaarheid voor iedereen, centraal te stellen in de toekomstige inrichting van het spoor [2].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om tegen het vaststellen van een beleidskader of tegen het sturen op publieke belangen bij de marktordening van het spoor te zijn.
Bronnen:
"Bereikbaarheid per spoor en door de lucht is cruciaal voor de economische concurrentiepositie van Nederland. Spoorlijnen zijn de levenslijn voor bereikbaarheid. We zetten vooral in op vernieuwing. Internationale trein- en busverbindingen krijgen prioriteit als alternatief voor korteafstandsvluchten."
"Nederland is groot geworden dankzij zijn sterke verbindingen over weg, water, spoor en lucht. Die infrastructuur is essentieel voor onze economie, woningbouw, energietransitie en nationale veiligheid. Maar de ruggengraat piept en kraakt: jarenlang beleid dat vooral gericht was op kostenbeheersing en stedelijke knooppunten heeft geleid tot achteruitgang in regio's en buitengebieden. Openbaar vervoer verdwijnt, voorzieningen sluiten en bereikbaarheid neemt af. BBB vindt dat dit anders moet: iedereen in Nederland, van Randstad tot Achterhoek en van Heuvelland tot de Wâlden, moet zich veilig, betaalbaar en betrouwbaar kunnen verplaatsen."