De regering moet eerst de belangrijkste doelen en publieke belangen voor het spoor na 2033 vaststellen in een beleidskader. De Kamer moet hier eerst over oordelen. Pas daarna mag de regering een onderzoek doen naar de marktordening (de manier waarop de markt op het spoor wordt georganiseerd). Zo is het onderzoek gericht op wat de samenleving echt nodig heeft.
Motie van het lid Goudzwaard over een beleidskader voor de toekomstige marktordening voorleggen aan de Kamer
De kamer,
constaterende dat het kabinet begin 2027 een besluit wil nemen over de
toekomstige marktordening op het spoor na 2033;
overwegende dat de keuze voor een marktordening geen doel op zichzelf
is, maar moet voortvloeien uit de publieke belangen en beleidsdoelen die
op het spoor worden nagestreefd;
overwegende dat een zorgvuldige marktanalyse vraagt om duidelijkheid
vooraf over de beleidsdoelen en de publieke belangen waarop de
verschillende marktordeningsvarianten worden beoordeeld;
verzoekt de regering voorafgaand aan de uitvoering van de marktanalyse
de Kamer een beleidskader voor de toekomstige marktordening voor te
leggen waarin de publieke belangen en beleidsdoelen voor het spoor na
2033 zijn uitgewerkt;
verzoekt de regering de Kamer in de gelegenheid te stellen hieover haar
oordeel te geven alvorens de marktanalyse wordt uitgevoerd;
verzoekt de regering vervolgens de marktanalyse uit te voeren aan de
hand van dit beleidskader en de uitkomsten daarvan te betrekken bij de
besluitvorming over de toekomstige marktordening.
Argumenten voor: De partij wil de marktwerking in publieke diensten, waaronder het openbaar vervoer, terugdraaien [1]. Publieke voorzieningen horen niet afhankelijk te zijn van winstprikkels, maar moeten het algemeen belang dienen [1][2]. Daarnaast stelt de partij dat publieke voorzieningen niet aan de markt moeten worden overgelaten, maar in handen van de samenleving moeten komen [3] en dat een visie vanuit de overheid op de toekomst onmisbaar is [3]. De motie, die vraagt om eerst publieke belangen en beleidsdoelen vast te stellen voordat er naar marktordening wordt gekeken, sluit hier nauw bij aan.
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die pleiten voor marktwerking in het openbaar vervoer of die zich verzetten tegen het vooraf vaststellen van publieke beleidsdoelen.
Bronnen:
"We draaien de doorgeslagen marktwerking terug in publieke diensten zoals zorg, onderwijs en openbaar vervoer. Publieke voorzieningen zijn er voor iedereen en horen niet afhankelijk te zijn van winstprikkels."
"De EU stopt met regels die marktwerking opdringen aan de publieke sector. Publieke diensten blijven wat ons betreft zoveel mogelijk in overheidshanden om het algemeen belang te dienen."
"We kiezen voor een economie die werkt vóór dier, mens en planeet, in plaats van ten koste van hen. Dat betekent: het maken en gebruiken van spullen binnen de draagkracht van de Aarde, met respect voor leven en toekomst. Het betekent ook dat we de economie democratiseren, en publieke voorzieningen niet langer overlaten aan de markt maar in handen van de samenleving brengen. Hiervoor zullen we ook heel duidelijke keuzes moeten maken over welke industrie wél een toekomst heeft in Nederland en welke industrie niet. Strategische autonomie is van belang op Europees niveau, maar niet haalbaar voor Nederland alleen. Er zijn sectoren, zoals staalproductie en andere energie-intensieve basisindustrie, die beter passen in landen waar meer ruimte is en goedkope groene energie. Nederland kan zich richten op hoogwaardige maakindustrie, waarvoor hier de juiste kennis, kunde en ruimte is. Een visie vanuit de overheid op hoe Nederland er in de toekomst uit zal zien is hiervoor onmisbaar."