Beprijzing van uitstoot in industriebeleid

De regering moet bij de verkenning naar financiële regels voor de Actieagenda Industrie en Omwonenden ook kijken naar het beprijzen van uitstoot. Het beprijzen van vervuilende uitstoot is vaak effectiever dan alleen het geven van subsidies. Dit levert de samenleving een groter voordeel op.

Motie van de leden Kostić en Zalinyan over in de verkenning naar positieve financiële instrumenten ook varianten van emissiebeprijzing betrekken

De kamer, constaterende dat de regering een verkenning start naar subsidiërende maatregelen in het kader van de Actieagenda Industrie en Omwonenden; overwegende dat uit het SEO-onderzoek naar maatschappelijke kosten en baten van milieumaatregelen blijkt dat beprijzing van milieubelastende emissies in veel gevallen een hoog maatschappelijk rendement heeft, terwijl subsidies alleen vaak minder doeltreffend zijn; overwegende dat een zorgvuldige afweging van beleidsopties bijdraagt aan doelmatig beleid en een gelijk speelveld voor bedrijven; verzoekt de regering om in de aangekondigde verkenning naar positieve financiële instrumenten ook expliciet varianten van emissiebeprijzing te betrekken.
17 juni | PvdD | Verworpen: 58–91 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: tegen (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil de SDE++ subsidies vanaf 2026 beëindigen en streeft naar een technologieneutrale aanpak waarbij bedrijven op hun eigen manier verduurzamen, zonder afhankelijk te zijn van de 'subsidie-industrie' [4].

Argumenten tegen: De partij wil extra CO2-heffingen voor de industrie stoppen omdat deze het vestigingsklimaat schaden en de internationale concurrentiepositie verslechteren [1][2]. Ook is het voor de partij belangrijk dat nieuwe fiscale milieumaatregelen Nederlandse bedrijven niet in een nadelige concurrentiepositie brengen ten opzichte van buitenlandse concurrenten [3].

Bronnen:

  1. "Stoppen met extra CO2-heffing voor industrie. De Nederlandse industrie staat onder grote druk door oplopende kosten, internationale concurrentie en een onzeker investeringsklimaat. BBB wil de extra nationale CO2-heffing voor de industrie daarom terugdraaien. Deze heffing, boven op het Europese ETS-systeem, schaadt ons vestigingsklimaat en jaagt bedrijven de grens over zonder aantoonbaar klimaateffect. BBB kiest voor een realistisch klimaatbeleid dat ondernemers niet straft, maar ondersteunt bij innovatie en verduurzaming. Door het afschaffen van de nationale CO2-heffing behouden we banen, versterken we onze industrie en voorkomen we 'carbon lekkage' naar landen met een minder ambitieus klimaatbeleid."
  2. "De Nederlandse industrie staat onder druk. Klimaatbeleid maakt productie duurder en complexer, terwijl internationale concurrenten met lagere standaarden wél ruimte krijgen. Hierdoor verdwijnen essentiële maakbedrijven naar lagelonenlanden of raken strategische ketens versnipperd. Dat maakt Nederland kwetsbaar."
  3. "Ook bij de invoering van eventuele nieuwe fiscale milieumaatregelen is het voor ons belangrijk dat onze Nederlandse bedrijven daardoor niet in een nadelige concurrentiepositie komen in vergelijking met hun buitenlandse concurrenten."
  4. "Stoppen met de SDE++-subsidies vanaf 2026. De subsidieregeling SDE++ kost miljarden per jaar en leidt tot dure megaprojecten op zee, op land en in landbouwgebied. BBB wil een technologieneutrale aanpak, waarbij bedrijven en huishoudens verduurzamen op hun eigen manier - zonder afhankelijkheid van de 'subsidie-industrie'. Vanaf 2026 beëindigen we de SDE++ regeling. Subsidies op verlieslatende technieken worden afgebouwd. In plaats daarvan stimuleren we innovatie, energiebesparing en slimme infrastructuur. We geven ruimte aan lokale initiatieven en kleinschalige projecten die betaalbaar zijn en draagvlak hebben. Klimaatbeleid moet nuchter, eerlijk en uitvoerbaar zijn."