Geen extra nationale PFAS-regels

De regering moet geen eigen PFAS-regels maken die strenger zijn dan de Europese regels. Dit mag alleen als het echt nodig is voor Nederland. Extra regels zorgen namelijk voor hoge kosten voor bedrijven en verstoren de Europese markt. PFAS is ook nodig voor belangrijke zaken, zoals drinkwaterzuivering en de productie van medicijnen.

Motie van het lid Goudzwaard over geen nationale koppen op Europese pfas-regelgeving en pleiten voor een risicogebaseerde Europese pfas-aanpak

De kamer, constaterende dat de Europese pfas-restrictie momenteel wordt voorbereid binnen het REACH-kader; constaterende dat pfas-toepassingen in bepaalde gevallen van groot belang zijn voor onder meer voedselveiligheid, drinkwaterzuivering, geneesmiddelenproductie en de halfgeleiderindustrie; overwegende dat een zorgvuldig onderscheid tussen essentiële en niet-essentiële toepassingen van pfas noodzakelijk is; overwegende dat aanvullende nationale maatregelen vooruitlopend op Europese besluitvorming kunnen leiden tot extra lasten voor bedrijven en uitvoeringsorganisaties en het gelijke speelveld binnen Europa kunnen verstoren; verzoekt de regering af te zien van nationale pfas-maatregelen die verder gaan dan toekomstige Europese regelgeving, tenzij aantoonbaar sprake is van een zwaarwegend nationaal belang; verzoekt de regering zich binnen Europa in te zetten voor een risicogebaseerde benadering met maatwerk voor essentiële toepassingen van pfas waarvoor geen volwaardig alternatief beschikbaar is.
17 juni | JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil dat milieuproblematiek zoals PFAS op Europees niveau wordt aangepakt door principeafspraken te maken met andere lidstaten [1]. Daarnaast vindt de partij dat industrie een Europese competentie is [2] en dat EU-lidstaten elkaar niet moeten beconcurreren, maar juist moeten aanvullen via gezamenlijke strategieën [6]. Het verzoek om een risicogebaseerde benadering sluit aan bij het belang van het beschermen van vitale processen zoals de drinkwatervoorziening [4] en het behouden van strategische sectoren zoals de chipindustrie [5].

Argumenten tegen: De partij wil dat Nederland een voorloper is op het gebied van milieubescherming en innovatie binnen de EU [3]. Dit zou kunnen betekenen dat de partij juist wel voorstander is van nationale maatregelen die de Europese regels vooruitlopen om zo het Europese beleid te beïnvloeden.

Bronnen:

  1. "We verbieden vervuilende en giftige PFAS in de EU. Volt wil dat de regering met andere lidstaten aan principeafspraken werkt over het verbod op en de gevolgen van de bestaande ophoping van PFAS in onze gedeelde wateren. Bijvoorbeeld met Duitsland over de PFAS-ophoping in de Rijn en de Maas."
  2. "Volt bepleit dat industrie een Europese competentie wordt. Nederland is namelijk een klein land en we zitten aan onze fysieke en ecologische grenzen. Er is te weinig ruimte op het stroomnet en de stikstofkwestie houdt ons land op slot. Dat zorgt voor problemen, omdat vernieuwende bedrijven, zoals het innovatieve het midden- en kleinbedrijf (mkb), en grotere bedrijven, zoals ASML, niet meer organisch kunnen groeien. Daarom moeten we duidelijke keuzes maken en richting geven aan de economie van de toekomst. Volt kiest voor die sectoren die Nederland en de EU toekomstbestendig maken."
  3. "We pleiten voor duidelijke richtlijnen omtrent uitbuiting van mensen, ontbossing en milieubescherming. Niet alleen in de EU, maar vooral ook daarbuiten. Zodra er nieuwe technieken en innovaties beschikbaar zijn die deze problemen tegengaan, worden ze wettelijk de norm; met Nederland als voorloper in de EU en met het doel om Europese afspraken te maken."
  4. "We werken toe naar een echt Europees inkoop- en aanbestedingsbeleid. We zorgen ervoor dat vitale processen (zoals ICT-infrastructuur en onze drinkwatervoorziening) niet in handen komen van niet-Europese bedrijven. We kopen als EU gezamenlijk in waar dit toegevoegde waarde heeft, zoals in de defensie-industrie. We erkennen inkoop als belangrijk instrument voor het behalen van maatschappelijke doelen, door voorrang te geven aan duurzame, sociale en innovatieve producten en diensten."
  5. "We zetten ons in voor een zo onafhankelijk mogelijke Europese chip- en IT-productieketen, inclusief waferproductie, packaging en het grondstoffenbeleid. Daarom moeten strategische bedrijven uit de chipproductieketens voor ten minste 51% in Europese handen zijn en moet er een strategie komen om controle te krijgen op de grondstoffen die nodig zijn voor de Europese chipproductie. Nederland is een grote speler in deze keten en dat willen we graag zo houden. Zowel Amerika als China zijn namelijk bezig met een opmars."
  6. "Overheidsinstanties, gericht op het Nederlandse vestigingsklimaat, moeten zich richten op het aantrekken, creëren en behouden van sleuteltechnologieën en techbedrijven. Hiervoor maken zij samen met partnerorganisaties van andere EU-lidstaten een gezamenlijke strategie. We beconcurreren elkaar niet in de EU, we vullen elkaar aan."