De regering moet geen eigen PFAS-regels maken die strenger zijn dan de Europese regels. Dit mag alleen als het echt nodig is voor Nederland. Extra regels zorgen namelijk voor hoge kosten voor bedrijven en verstoren de Europese markt. PFAS is ook nodig voor belangrijke zaken, zoals drinkwaterzuivering en de productie van medicijnen.
Motie van het lid Goudzwaard over geen nationale koppen op Europese pfas-regelgeving en pleiten voor een risicogebaseerde Europese pfas-aanpak
De kamer,
constaterende dat de Europese pfas-restrictie momenteel wordt
voorbereid binnen het REACH-kader;
constaterende dat pfas-toepassingen in bepaalde gevallen van groot
belang zijn voor onder meer voedselveiligheid, drinkwaterzuivering,
geneesmiddelenproductie en de halfgeleiderindustrie;
overwegende dat een zorgvuldig onderscheid tussen essentiële en
niet-essentiële toepassingen van pfas noodzakelijk is;
overwegende dat aanvullende nationale maatregelen vooruitlopend op
Europese besluitvorming kunnen leiden tot extra lasten voor bedrijven en
uitvoeringsorganisaties en het gelijke speelveld binnen Europa kunnen
verstoren;
verzoekt de regering af te zien van nationale pfas-maatregelen die verder
gaan dan toekomstige Europese regelgeving, tenzij aantoonbaar sprake is
van een zwaarwegend nationaal belang;
verzoekt de regering zich binnen Europa in te zetten voor een risicogebaseerde benadering met maatwerk voor essentiële toepassingen van pfas
waarvoor geen volwaardig alternatief beschikbaar is.
Argumenten voor: De partij streeft naar een gelijk speelveld voor de Nederlandse industrie ten opzichte van de rest van Europa [2][3]. Ze willen waar mogelijk 'nationale koppen' op Europees beleid schrappen om de concurrentiepositie en het verdienvermogen van Nederland niet te schaden [2]. Daarnaast pleit de partij voor een Europese aanpak om een gelijk speelveld te behouden [1] en wil zij zich houden aan Europese regels op het gebied van waterkwaliteit om een gelijk speelveld met buurlanden te waarborgen [5]. Ook wil de partij wet- en regelgeving werkbaar maken [6] en de industrie ondersteunen via maatwerkafspraken [4].
Argumenten tegen: De partij wil het gebruik van gevaarlijke stoffen terugdringen om te zorgen voor een schone bodem [1].
Bronnen:
"Een schone bodem: We zorgen voor een schone bodem door het gebruik van gevaarlijke stoffen terug te dringen. Door een Europese aanpak houden we een gelijk speelveld."
"Een gelijk speelveld voor de industrie met de rest van Europa: We willen een gelijk speelveld voor onze industrie met de rest van Europa. Europees klimaatbeleid is daarom het beste klimaatbeleid. We schrappen waar mogelijk nationale koppen op Europees beleid. We willen geen nieuwe koppen die het verdienvermogen en de concurrentiepositie van Nederland schaden. We zorgen ervoor dat Nederland net als andere landen voldoet aan haar Europese verplichtingen op klimaat- en energiegebied."
"Wat de komende jaren extra aandacht vergt is de industrie. Een vertrek van de (basis)industrie maakt ons afhankelijker van andere landen. De industrie staat bijvoorbeeld aan de basis van de productie van nachtkijkers voor het leger, infuuszakken voor het ziekenhuis en de schoenen waar je dagelijks op loopt. Ook zorgen ze voor innovatie. We hebben tijdens de coronacrisis gezien waarom het belangrijk is dat zulke zaken in Nederland of Europa kunnen worden gemaakt. Onze (basis)industrie moet opboksen tegen oneerlijke concurrentie uit landen als China en kampt met hoge energieprijzen. Een onwerkbare situatie. Ook het probleem van een overvol stroomnet moet écht worden opgelost. Het gelijke speelveld voor de (basis)industrie moet worden hersteld zodat zij kan verduurzamen én concurrerend kan blijven."
"We helpen de industrie te verduurzamen: Dit is belangrijk om onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen uit onvrije landen te verkleinen. We zien echter dat de industrie het zwaar heeft en verduurzaming in de praktijk moeizaam verloopt. Daarom onderzoeken we een investeringskorting voor bedrijven die willen verduurzamen en ondersteunen we bedrijven richting 2030 via maatwerkafspraken met een concreet en allesomvattend plan voor verduurzaming. Ook na 2030 blijft de overheid bedrijven helpen met een gerichte individuele aanpak. Daarnaast worden alle maatregelen uit het groene groei pakket om de industrie hier te houden doorgezet en doen we er een schep bovenop."
"Schoon en fris water: We houden ons aan Europese regels op het gebied van waterkwaliteit. We kiezen hierbij voor een realistische aanpak en houden een gelijk speelveld met onze buurlanden."
"Wet- en regelgeving werkbaar maken: Op het moment dat een structurele emissiereductie wettelijk is geborgd, zorgt de overheid voor de noodzakelijke randvoorwaarden. Zo worden PAS-melders, ondernemers die te goeder trouw hebben gehandeld maar nu zonder vergunning zitten, gelegaliseerd met bijvoorbeeld een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens. We willen per sector bekijken of een drempelwaarde mogelijk is - om te beginnen voor de bouw, die slechts tijdelijk een geringe uitstoot veroorzaakt. Er moeten weer vergunningen komen voor agrariërs om aan de slag te gaan met stikstofreducerende innovaties, waarvan het grote potentieel recent is aangetoond door onderzoek van de Wageningen Universiteit. En uiteindelijk moeten we waar mogelijk af van de eenzijdige focus op stikstof door op basis van onafhankelijke en langdurige monitoring de feitelijke staat van de natuur leidend te maken bij vergunningverlening."