De regering moet een wettelijke basis maken voor verplicht cameratoezicht op veeverzamelplaatsen. Er is op deze plekken vaak ernstig dierenleed en de sector houdt zich niet aan de wet. Het huidige toezicht door de NVWA (de organisatie die de voedselveiligheid controleert) is niet goed genoeg om dit te voorkomen.
Motie van het lid Podt over een juridische basis om cameratoezicht bij veeverzamelplaatsen te verplichten
De kamer,
constaterende dat blijkt dat bij veeverzamelplaatsen herhaaldelijk ernstig
dierenleed en dierenmishandeling plaatsvindt;
constaterende dat de NVWA erkent dat deze sector structureel de wet niet
naleeft en steeds de ruimte opzoekt;
overwegende dat het toezicht bij verzamelplaatsen ondermaats is terwijl
meer toezicht dierenleed kan voorkomen;
overwegende dat veelvuldige overtreders beter in beeld komen als er
preventief verscherpt toezicht is;
verzoekt de regering om te zorgen voor een juridische basis waarop
cameratoezicht op veeverzamelplaatsen verplicht gesteld kan worden.
Argumenten voor: De partij stelt dat er eisen gesteld en gehandhaafd moeten worden aan het dierenwelzijn in de dierhouderij [1]. Daarnaast is het bestrijden van dierenleed een expliciet doel [1]. Tevens spreekt de partij over het aanscherpen van het toezicht op de naleving van wetgeving [3].
Argumenten tegen: De partij geeft aan dat boeren benaderd moeten worden vanuit vertrouwen in hun vakmanschap [2].
Bronnen:
"Mensen hebben de verantwoordelijkheid en de plicht om op een goede manier met dieren om te gaan. Voor de dierhouderij betekent dit dat er eisen worden gesteld (en gehandhaafd) aan dierenwelzijn met betrekking tot het kunnen vertonen van natuurlijk gedrag. Boeren worden bij dit traject naar het voldoen aan de (wettelijke) verplichting, geholpen met voorlichting en met financiële prikkels. Er is ook aandacht voor weidegang, het voorkomen van stalbranden, het terugdringen van het gebruik van antibiotica, regels rond transport van dieren en het naleven van de regels in slachthuizen. Voor consumenten moet de registratie van huisdieren verbeterd worden, malafide handel op online platforms worden aangepakt en dierenleed worden bestreden."
"De stikstofuitstoot wordt de komende tien jaar gehalveerd ten opzichte van 2019, zowel de uitstoot van stikstofoxiden in de mobiliteit en industrie als ammoniakuitstoot in de landbouw. Alle sectoren dragen naar rato bij. We stappen af van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt en richten ons op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot. Ondernemers en dus ook boeren benaderen we vanuit vertrouwen in hun vakmanschap. Daarom stappen we zo veel mogelijk over van sturen op middelen naar sturen op doelen. Elk boerenbedrijf krijgt een bindend bedrijfsspecifiek doel dat is afgeleid van de landelijke opgave en sectorale emissieplafonds. Er komt daarmee veel minder nadruk in het beleid op opkoop van boerenbedrijven. De nadruk op emissie- en doelsturing is effectiever, zorgt ervoor dat er minder boerenbedrijven verdwijnen en vergt ook minder belastinggeld. Immers, met managementmaatregelen, slimme innovaties en een gunstige extensiveringsregeling in kwetsbare gebieden, zodat een bedrijf met minder vee uit kan, is aanzienlijke ammoniakreductie mogelijk. Er komt een agrarische hoofdstructuur, waar ruimte blijft voor hoogproductieve landbouw, en overgangszones rond natuurgebieden, waarin sprake is van extensivering van veehouderij en landgebruik. Grondgebondenheid in de melkveehouderij is een randvoorwaarde en gaan we na decennia van discussie eindelijk wettelijk vastleggen."
"Het toezicht op de naleving van wetgeving (zoals de Wet goed verhuurderschap of de Arbowetgeving) wordt aangescherpt. Sommige sectoren bestaan in Nederland dankzij het grote aanbod van goedkope arbeidskrachten van andere EU-lidstaten of daarbuiten. In die sectoren is Nederland verslaafd aan goedkope arbeidsmigranten. Dit is niet houdbaar. De groei van laagbetaalde arbeid en het aanbod van arbeidsmigranten remt innovatie en robotisering en legt een te grote druk op voorzieningen die schaars zijn. Om meer grip te krijgen op arbeidsmigratie moet er allereerst een einde komen aan de slechte arbeidsvoorwaarden. Daarnaast zijn er aparte Schengen-afspraken en een arbeidsmigratiepact in de Europese Unie nodig. Binnen de Europese Unie pleiten we voor de invoering van tewerkstellingsvergunningen, in eerste instantie voor bepaalde sectoren zoals de bouw of uitzendsector. In Europees verband zetten we ons in om belastingvoordelen voor expats gezamenlijk af te schaffen. Werkgevers dragen bij aan integratie door te investeren in taallessen."