Voedingsadvies moet over gezondheid gaan

De regering moet zorgen dat het Voedingscentrum alleen advies geeft over gezondheid en voeding. In de Schijf van Vijf (een advies voor gezond eten) worden nu ook klimaatdoelen meegewogen. Dit kan het vertrouwen van burgers in de voedingsvoorlichting schaden.

Motie van het lid Wiersma over adviezen van het Voedingscentrum uitsluitend baseren op gezondheidskundige en voedingswetenschappelijke inzichten

De kamer, constaterende dat het Voedingscentrum in de vernieuwde Schijf van Vijf naast gezondheidskundige overwegingen ook klimaat- en duurzaamheidsdoelen expliciet heeft meegewogen; constaterende dat het Voedingscentrum oorspronkelijk is opgericht om onafhankelijke en wetenschappelijk onderbouwde voorlichting te geven over gezonde voeding en een gezond voedingspatroon; overwegende dat gezondheidsvoorlichting voor burgers helder, transparant en eenduidig moet zijn; overwegende dat het vermengen van gezondheidsadviezen met politieke of maatschappelijke beleidsdoelen, zoals klimaatbeleid, het risico vergroot dat burgers het vertrouwen verliezen in voedingsvoorlichting van de overheid; overwegende dat maatschappelijke en politieke keuzes over klimaatbeleid thuishoren in het democratische debat en niet via gezondheidsadviezen aan burgers zouden moeten worden gestuurd; verzoekt de regering te waarborgen dat voedingsadviezen van het Voedingscentrum primair en uitsluitend gebaseerd zijn op gezondheidskundige en voedingswetenschappelijke inzichten ten behoeve van de gezondheid van mensen.
18 juni | BBB | Verworpen: 51–98 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij stelt dat gezondheid voorop moet staan [1] en dat gezondheidswinst leidend moet zijn bij belangrijke processen [3]. Daarnaast hecht de partij waarde aan transparantie, zodat burgers kunnen vertrouwen op medische keuzes zonder dat andere belangen een rol spelen [4].

Argumenten tegen: De partij ziet een sterke samenhang tussen klimaatbeleid en de bescherming van de mens en de planeet [2]. Bovendien wordt gesteld dat de huidige industriële landbouw negatieve gevolgen heeft voor zowel het klimaat als de gezondheid [5], wat suggereert dat deze thema's voor de partij onlosmakelijk verbonden zijn.

Bronnen:

  1. "Gezondheid voorop. Een goede gezondheid is voor de meeste mensen het belangrijkste wat er is. We nemen het recht op een gezonde leef- en werkomgeving op in nationale wetgeving. Het voorzorgsprincipe wordt breder verankerd in de wet. En we ondersteunen (lokale) overheden met informatie en kennis om het voorzorgsprincipe beter te kunnen gebruiken. We verbieden het lozen van gif en er komen strengere normen voor luchtvervuiling, microplastics en pesticiden. We nemen gezondheidseffecten mee in vergunningverlening. Bestaande verontreiniging ruimen we op."
  2. "'Wij kiezen voor rechtvaardige klimaatpolitiek die mens, dier en planeet beschermt. Gezondheid gaat boven de winsten van aandeelhouders.'"
  3. "Bij de maatwerkafspraken met Tata Steel over de noodzakelijke overgang naar groen en schoon staal is een harde voorwaarde dat de gezondheidswinst voor omwonenden voorop staat. De adviezen van de expertgroep gezondheid IJmond zijn leidend."
  4. "Meer transparantie. Er komt een transparantieregister voor financiële transacties tussen de farmaceutische industrie en zorgverleners. Zo maken we zichtbaar wat er aan wie en waarvoor wordt betaald. Patiënten moeten erop kunnen vertrouwen dat geneesmiddelen of hulpmiddelen die zij krijgen voorgeschreven alleen gekozen worden omdat ze de beste keuze zijn, en niet omdat er andere belangen spelen."
  5. "Van industriële naar duurzame landbouw. De jarenlange focus op schaalvergroting en intensivering heeft de natuur en boeren uitgeput. Het aantal boeren neemt af terwijl het aantal megastallen stijgt. Industriële landbouw is slecht voor ons klimaat, onze natuur, ons landschap, dierenwelzijn en onze gezondheid. Een groot deel van het geproduceerde eten exporteren we naar het buitenland, terwijl wij met de vervuiling blijven zitten. We passen daarom onze productiecapaciteit aan naar wat onze natuur aankan. Daarbij kiezen wij voor een grondgebonden en natuurinclusieve landbouw, waarbij het aantal landbouwdieren wordt aangepast aan de hoeveelheid veevoer die in de directe omgeving kan worden geproduceerd, en de hoeveelheid mest die daar kan worden uitgereden. Dat leidt onvermijdelijk tot een krimp van de veestapel en een einde aan de bio-industrie. Sectoren die voor het overgrote deel produceren voor de export, moeten als eerste krimpen. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest wordt tot een minimum beperkt."