Voortzetting aanpak tegen discriminatie

De regering moet de aanpak van het Ministerie van VWS tegen discriminatie en voor gelijke kansen voortzetten als een actief programma. De maatregelen zijn nog te nieuw en moeten nog worden uitgevoerd. De aanpak is daarom nog niet afgerond en heeft de komende jaren duidelijke doelen, monitoring en regie nodig.

Motie van het lid Vliegenthart over het voortzetten van de VWS-brede aanpak tegen discriminatie en voor gelijke kansen

De kamer, constaterende dat het Ministerie van VWS de VWS-brede aanpak tegen discriminatie en voor gelijke kansen momenteel wil borgen in de reguliere werkwijze en beleidscyclus, waarmee de lopende aanpak in feite wordt stopgezet; overwegende dat deze aanpak nog relatief kort loopt en dat veel maatregelen zich nog in de uitvoerings- en leerfase bevinden; overwegende dat experts en veldpartijen aangeven dat het te vroeg is om de aanpak nu al als afgerond of structureel geborgd te beschouwen; verzoekt de regering om de VWS-brede aanpak tegen discriminatie en voor gelijke kansen niet nu al als afgerond te beschouwen, maar deze de komende jaren voort te zetten als actief programma met duidelijke doelen, monitoring en regie.
18 juni | onbekend | Verworpen: 32–117 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: voor (onzeker, 60%)

Argumenten voor: De partij pleit voor krachtig optreden tegen antisemitisme [1] en vindt dat antisemitische organisaties op grond van het strafrecht verboden moeten worden [2]. Dit wijst op een voorkeur voor actieve bestrijding van discriminatie.

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die tegen het voortzetten van een actief programma tegen discriminatie pleiten.

Bronnen:

  1. "Ontwikkelingsorganisaties die met Nederlandse subsidies actief zijn in de Palestijnse gebieden moeten krachtig optreden tegen antisemitisme bij hun eigen medewerkers en dienen het bestaansrecht van Israël te erkennen. Nederland subsidieert geen organisaties die onze belangen en bondgenoten ondermijnen."
  2. "Er zijn meer wettelijke mogelijkheden nodig om motorbendes en malafide clubs aan te pakken en te verbieden. Ook antisemitische organisaties dienen op grond van het strafrecht verboden te worden, met inachtneming van de IHRA-definitie."