Regels voor betere toegankelijkheid

De regering moet duidelijke regels en eisen maken voor de toegankelijkheid van gebouwen, diensten en digitale informatie. Veel zaken zijn nu niet toegankelijk en organisaties weten niet hoe ze dit moeten verbeteren. Dit is nodig voor volledige deelname aan de samenleving en om te voldoen aan het VN-verdrag Handicap (een internationale afspraak voor mensen met een beperking).

Motie van het lid Vliegenthart c.s. over een kader van normen, minimumeisen en stappen om aan het VN-verdrag Handicap te voldoen

De kamer, constaterende dat gebouwen, (digitale) dienstverlening, voorzieningen, informatie en werkplekken te vaak niet toegankelijk zijn; constaterende dat veel personen, bedrijven en organisaties niet weten hoe zij hun informatie, dienstverlening en voorzieningen toegankelijk kunnen maken; overwegende dat toegankelijkheid een randvoorwaarde is voor volwaardige deelname aan de samenleving en een verplichting vanuit het VN-verdrag Handicap; verzoekt de regering om te komen tot een breed toegankelijk en praktisch toepasbaar kader waarin per sector, waaronder de overheid, het onderwijs, het bedrijfsleven en aanbieders van digitale diensten, helder wordt aangegeven welke normen en minimumeisen gelden en welke stappen verwacht worden om aan het VN-verdrag Handicap te voldoen; verzoekt de regering om de Kamer over de voortgang te informeren voor het einde van 2026.
22 juni | CDA, CU, D66, SP | Aangenomen: 133–17 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij streeft naar de volledige invoering van het VN-verdrag Handicap, waarbij ook de toegankelijkheid van woningen expliciet wordt genoemd [2]. Daarnaast wil de partij dat schoolgebouwen beter worden ingericht om inclusief onderwijs te faciliteren [1].

Argumenten tegen:

Bronnen:

  1. "Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
  2. "De bezuiniging op de gehandicaptenzorg wordt teruggedraaid. We investeren in de kwaliteit en beschikbaarheid van personeel en voorzieningen in de gehandicaptenzorg en gaan naar een financiering die niet afhankelijk is van het aantal bezette bedden. Het VN-verdrag Handicap wordt volledig ingevoerd, ook bij de toegankelijkheid van bestaande en nieuwe woningen."