Voortgang VN-verdrag Handicap per ministerie

De regering moet elk jaar per ministerie laten zien hoe de uitvoering van de Werkagenda VN-verdrag Handicap gaat. De uitvoering van dit verdrag voor mensen met een beperking gaat nu te traag, bijvoorbeeld bij nieuwbouw en het openbaar vervoer. Ook andere ministeries dan het ministerie van VWS moeten meer doen om de toegankelijkheid te verbeteren.

Motie van het lid Bikker c.s. over jaarlijks per ministerie inzicht bieden in de voortgang van de uitvoering van de Werkagenda VN-verdrag Handicap

De kamer, constaterende dat de initiatiefnota «Ons land is beperkt» veel aanbevelingen doet om de toegankelijkheid te verbeteren voor mensen met een beperking; overwegende dat de implementatie van het VN-verdrag Handicap door de overheid op allerlei punten, zoals nieuwbouw of openbaar vervoer, te traag is; overwegende dat er velerlei initiatieven door de Kamer zijn genomen, zoals het tienpuntenplan van de ChristenUnie voor een toegankelijk openbaar vervoer; overwegende dat er meer aandacht moet zijn voor de concrete opvolging van aanbevelingen en de implementatie van het VN-verdrag Handicap, juist ook door andere ministeries dan VWS; verzoekt de regering om jaarlijks per ministerie expliciet inzicht te bieden in de voortgang van de uitvoering van de Werkagenda VN-verdrag Handicap.
22 juni | CU, SP | Aangenomen: 139–11 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CDA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil betere toegankelijkheid voor mensen met een beperking in het openbaar vervoer, op de arbeidsmarkt en in gebouwen [1]. Zij stelt dat het Rijk verantwoordelijk is voor de implementatie van het VN-verdrag [1]. Daarnaast wil de partij dat de overheid bijdraagt aan transparantie [2] en haar eigen beleid actief toetst op het wegnemen van drempels [2]. Ook streeft de partij naar een slagvaardiger bestuur waarbij regelingen die mensen direct raken niet op afstand van de minister staan [3].

Argumenten tegen: De verstrekte fragmenten bevatten geen argumenten om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "We willen betere toegankelijkheid voor mensen met een beperking zoals in het openbaar vervoer, op de arbeidsmarkt en in gebouwen. Zowel de gemeente, de provincie als het Rijk zijn verantwoordelijk voor de implementatie van het VN-verdrag en dienen hier maatregelen voor op te nemen in hun eigen beleid."
  2. "Het Rijk heeft een voorbeeldfunctie en toetst actief het eigen beleid op uitsluiting, vooroordelen en het wegnemen van drempels. De overheid draagt bij aan bewustwording en transparantie."
  3. "De uitvoering van de overheid moet slagvaardiger. We pakken de veelheid vanorganisatievormen met onder andere zelfstandige bestuursorganen (zbo's), agentschappen, en toezichthouders aan. We willen dat regelingen waar de minister eindverantwoordelijk voor is en die rechtstreeks mensen raken, niet op afstand staan van de minister."