Voortgang VN-verdrag Handicap per ministerie

De regering moet elk jaar per ministerie laten zien hoe de uitvoering van de Werkagenda VN-verdrag Handicap gaat. De uitvoering van dit verdrag voor mensen met een beperking gaat nu te traag, bijvoorbeeld bij nieuwbouw en het openbaar vervoer. Ook andere ministeries dan het ministerie van VWS moeten meer doen om de toegankelijkheid te verbeteren.

Motie van het lid Bikker c.s. over jaarlijks per ministerie inzicht bieden in de voortgang van de uitvoering van de Werkagenda VN-verdrag Handicap

De kamer, constaterende dat de initiatiefnota «Ons land is beperkt» veel aanbevelingen doet om de toegankelijkheid te verbeteren voor mensen met een beperking; overwegende dat de implementatie van het VN-verdrag Handicap door de overheid op allerlei punten, zoals nieuwbouw of openbaar vervoer, te traag is; overwegende dat er velerlei initiatieven door de Kamer zijn genomen, zoals het tienpuntenplan van de ChristenUnie voor een toegankelijk openbaar vervoer; overwegende dat er meer aandacht moet zijn voor de concrete opvolging van aanbevelingen en de implementatie van het VN-verdrag Handicap, juist ook door andere ministeries dan VWS; verzoekt de regering om jaarlijks per ministerie expliciet inzicht te bieden in de voortgang van de uitvoering van de Werkagenda VN-verdrag Handicap.
22 juni | CU, SP | Aangenomen: 139–11 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma JA21

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil meer ruimte creëren voor mensen met een beperking om deel te nemen aan de arbeidsmarkt [2] en wil aandacht voor zwakkeren [1]. Daarnaast benadrukt de partij het belang van verbeterde informatievoorziening, zodat de Tweede Kamer de regering beter kan bijsturen [3].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "6.5 Aandacht voor ouderen en zwakkeren"
  2. "Werkgevers meer ruimte geven om mensen met een beperking of afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen."
  3. "Naast de reeds ingebouwde controlemechanismen in de rapportages door ministeries moeten de Eerste en Tweede Kamer betere handvatten krijgen om subsidia -riteit te waarborgen binnen Europese verordeningen en richtlijnen. JA21 staat voor een Europese Unie die trouw blijft aan het subsidiariteitsbeginsel. Er moet onderzocht worden hoe de informatievoorziening verbeterd kan worden opdat deze wetgeving ook een grotere rol kan spelen in het publieke debat. Wetgeving die in Nederland impact heeft, moet tijdig besproken worden in de Tweede Kamer, zodat de volksvertegenwoordiging sturing kan geven. Ministers en staatssecretarissen mogen geen Europese besluiten steunen zonder een mandaat van het parlement."