Centraal examen Nederlands voor mbo behouden

De regering moet het centrale examen Nederlands voor het mbo (middelbaar beroepsonderwijs) behouden. Goed Nederlands is nodig om in de samenleving te kunnen werken. Het examen zorgt voor een hoog niveau en een waardevol diploma. Dit helpt studenten bij de doorstroom naar het hbo (hoger beroepsonderwijs). Zo ontstaan er geen grote verschillen tussen regio's.

Motie van het lid Boomsma over niet meegaan in de roep om het centraal examen Nederlands af te schaffen

De kamer, constaterende dat een goede beheersing van het Nederlands een absolute voorwaarde is om goed te kunnen functioneren in de Nederlandse samenleving en dat mbo-studenten zonder stevige basis in het Nederlands op achterstand staan; overwegende dat een duidelijk taalniveau in het mbo, dat is verankerd in een centraal examen dat de niveaus 2F en 3F toetst, van belang is voor de doorstroom naar het hbo en dat bij het vervallen hiervan de waarde van het mbo-diploma zou verwateren; overwegende dat moet worden voorkomen dat mbo-instellingen zelf kunnen bepalen hoe ze het Nederlands gaan toetsen, omdat er dan grote niveauverschillen kunnen ontstaan tussen regio’s; overwegende dat als veel studenten zakken voor het examen Nederlands, de oplossing niet kan zijn om de lat lager te leggen waardoor het onderliggende probleem als het ware wordt verstopt; verzoekt de regering niet mee te gaan in de roep om afschaffing van het centraal examen Nederlands.
23 juni | JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij stelt dat basisvaardigheden gedurende de gehele schoolcarrière onderhouden moeten worden [1]. Daarnaast wordt het spreken van de Nederlandse taal beschouwd als een randvoorwaarde voor een actieve bijdrage aan de maatschappij [2]. Het handhaven van een centraal examen sluit aan bij de nadruk op het waarborgen van deze essentiële vaardigheden en de taalbeheersing.

Argumenten tegen: Het programma vermeldt dat de overheid de uitvoering van het onderwijs in handen van scholen moet laten en zich moet beperken tot het stellen van randvoorwaarden [1]. Dit zou theoretisch kunnen duiden op een voorkeur voor meer autonomie van scholen, wat in strijd kan zijn met een centraal examen.

Bronnen:

  1. "Nederlandse kinderen kunnen steeds slechter rekenen en schrijven. Deze trend is zorgelijk en moet gekeerd. Basisvaardigheden dienen gedurende de hele schoolcarrière onderhouden te worden. De overheid respecteert dat de uitvoering in handen is van scholen en stelt alleen randvoorwaarden. Scholen waarvan kinderen goed presteren delen hun lessen met andere scholen. We blijven investeren in voor- en vroegschoolse educatie en nieuwkomersonderwijs."
  2. "We verwachten van alle Nederlanders een actieve bijdrage aan de maatschappij. Het spreken van het Nederlands en het onderschrijven van de waarden zoals vastgelegd in de grondwet is daarvoor randvoorwaarde. Daar schort het nog weleens aan. Daarom kijken we kritisch naar de bestaande eisen en scherpen we deze waar nodig aan. Het recht op bescherming leidt niet automatisch na een aantal jaar tot het recht op Nederlanderschap. Daarbij zijn we mild voor hen die wel willen, maar niet kunnen."