De regering moet het centrale examen Nederlands voor het mbo (middelbaar beroepsonderwijs) behouden. Goed Nederlands is nodig om in de samenleving te kunnen werken. Het examen zorgt voor een hoog niveau en een waardevol diploma. Dit helpt studenten bij de doorstroom naar het hbo (hoger beroepsonderwijs). Zo ontstaan er geen grote verschillen tussen regio's.
Motie van het lid Boomsma over niet meegaan in de roep om het centraal examen Nederlands af te schaffen
De kamer,
constaterende dat een goede beheersing van het Nederlands een absolute
voorwaarde is om goed te kunnen functioneren in de Nederlandse
samenleving en dat mbo-studenten zonder stevige basis in het Nederlands op achterstand staan;
overwegende dat een duidelijk taalniveau in het mbo, dat is verankerd in
een centraal examen dat de niveaus 2F en 3F toetst, van belang is voor de
doorstroom naar het hbo en dat bij het vervallen hiervan de waarde van
het mbo-diploma zou verwateren;
overwegende dat moet worden voorkomen dat mbo-instellingen zelf
kunnen bepalen hoe ze het Nederlands gaan toetsen, omdat er dan grote
niveauverschillen kunnen ontstaan tussen regio’s;
overwegende dat als veel studenten zakken voor het examen Nederlands,
de oplossing niet kan zijn om de lat lager te leggen waardoor het
onderliggende probleem als het ware wordt verstopt;
verzoekt de regering niet mee te gaan in de roep om afschaffing van het
centraal examen Nederlands.
Argumenten voor: De partij ziet lessen in taal als een van de belangrijkste basisvaardigheden voor kinderen [3]. Er wordt geconstateerd dat de vaardigheden in taal al jaren afnemen en dat dit verbeterd moet worden [3], aangezien te veel leerlingen de school verlaten zonder goed te kunnen lezen of schrijven [4]. De partij kiest voor een onderwijsbeleid met hoge verwachtingen [1] en wil de basisvaardigheden versterken [2].
Argumenten tegen: Het programma geeft geen argumenten tegen het behoud van centrale examens of voor het verlagen van de eisen in het taalonderwijs.
Bronnen:
"D66 doorbreekt dit. Dat doen we door te kiezen voor hoge verwachtingen, gelijke kansen en goede gebouwen om in te leren. Kinderen en jongeren krijgen meer tijd om hun talent te ontdekken, doordat we later selecteren en onderwijs op maat écht laten werken. Leraren krijgen het vertrouwen en de ruimte in hun vak. Studenten krijgen meer zekerheid, zoals met een hogere aanvullende beurs voor mbo'ers en meer studentenhuisvesting. We investeren in goede schoolgebouwen die ook duurzaam en toegankelijk zijn en we versterken digitale vaardigheden én vergroten het leesplezier. En we investeren in mbo's, hogescholen en universiteiten, zodat we ook de toekomst aankunnen. Zo bouwen we aan onderwijs waar mensen altijd blijven leren, op een manier die bij ze past, van nul tot honderd jaar."
"We versterken het vmbo en geven extra steun aan de groep kwetsbare leerlingen, vooral in de basisberoepsgerichte leerweg. We versterken de basisvaardigheden. We zorgen ook voor meer waardering van vaardigheden die gericht zijn op de praktijk."
"We zorgen voor een sterke basis voor ieder kind. Lessen in taal, rekenen, burgerschap en digitale vaardigheden zijn het belangrijkst. De vaardigheden in taal en rekenen nemen al jaren af. Dat moet beter. Iedere school krijgt een volle schoolbibliotheek."
"Maar die belofte wordt nu nog lang niet altijd waargemaakt. Door het lerarentekort vallen te vaak lessen uit. En te veel leerlingen gaan van school zonder goed te kunnen lezen, schrijven en rekenen. Tussen scholen zijn de verschillen groot: sommige scholen blinken jaar na jaar uit, andere blijven structureel achter. Jongeren worden te vroeg vastgezet in keuzes die hun kansen later bepalen. Leraren zijn te veel tijd kwijt aan bijzaken die niets met lesgeven te maken hebben. En scholen missen rust en een visie voor de lange termijn, omdat het beleid steeds verandert."