Centraal examen Nederlands voor mbo behouden

De regering moet het centrale examen Nederlands voor het mbo (middelbaar beroepsonderwijs) behouden. Goed Nederlands is nodig om in de samenleving te kunnen werken. Het examen zorgt voor een hoog niveau en een waardevol diploma. Dit helpt studenten bij de doorstroom naar het hbo (hoger beroepsonderwijs). Zo ontstaan er geen grote verschillen tussen regio's.

Motie van het lid Boomsma over niet meegaan in de roep om het centraal examen Nederlands af te schaffen

De kamer, constaterende dat een goede beheersing van het Nederlands een absolute voorwaarde is om goed te kunnen functioneren in de Nederlandse samenleving en dat mbo-studenten zonder stevige basis in het Nederlands op achterstand staan; overwegende dat een duidelijk taalniveau in het mbo, dat is verankerd in een centraal examen dat de niveaus 2F en 3F toetst, van belang is voor de doorstroom naar het hbo en dat bij het vervallen hiervan de waarde van het mbo-diploma zou verwateren; overwegende dat moet worden voorkomen dat mbo-instellingen zelf kunnen bepalen hoe ze het Nederlands gaan toetsen, omdat er dan grote niveauverschillen kunnen ontstaan tussen regio’s; overwegende dat als veel studenten zakken voor het examen Nederlands, de oplossing niet kan zijn om de lat lager te leggen waardoor het onderliggende probleem als het ware wordt verstopt; verzoekt de regering niet mee te gaan in de roep om afschaffing van het centraal examen Nederlands.
23 juni | JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma JA21

Stemverwachting: voor (onzeker, 60%)

Argumenten voor: De partij legt de nadruk op integratie, inburgering en de Nederlandse identiteit [2]. Daarnaast wil de partij voorkomen dat er segregatie en parallelle samenlevingen ontstaan, waarbij toezicht op scholen belangrijk is [3]. Tevens pleit de partij voor financiering van het onderwijs die gebaseerd is op kwaliteit en het voldoen aan de maatschappelijke behoeften en de vraag vanuit het bedrijfsleven [1]. Een centraal examen dat een bepaald taalniveau waarborgt, kan worden gezien als een middel om aan deze eisen van kwaliteit en maatschappelijke inzetbaarheid te voldoen.

Argumenten tegen: Het programma bevat geen expliciete argumenten tegen het behoud van centrale examens, al wordt wel gepleit voor een beperking van de administratieve lasten voor docenten [4].

Bronnen:

  1. "JA21 pleit ervoor een groter deel van het budget als vaste voet toe te kennen onafhankelijk van de studentenaan -tallen, dit zorgt voor stabiliteit ook voor de onderwijs -instellingen in met name de regio's die nu mede afhankelijk zijn van buitenlandse studenten aantallen. Voorts dient de financiering te worden gebaseerd op kwaliteit en maatschappelijke impact. Het Rijk moet sturen door de bekostiging afhankelijk te maken van of voldaan wordt aan een maatschappelijke behoefte of vraag vanuit het bedrijfsleven."
  2. "2.8 Integratie, inburgering en Nederlandse identiteit"
  3. "JA21 vindt de sterke groei van het aantal islamitische ba -sis- en middelbare scholen een onwenselijke ontwikkeling, want dat draagt bij aan segregatie en aan het ontstaan van parallelle samenlevingen. JA21 staat open voor een debat of in het huidige tijdsgewricht artikel 23 van de Grondwet met betrekking tot islamitisch onderwijs nog gehandhaafd kan blijven. JA21 pleit voor een modernisering van artikel 23 GW waarbij eerbiediging van de waarden van de democrati -sche rechtstaat zoals gelijkwaardigheid, vrijheid van geloof en meningsuiting en afwijzing van discriminatie, antisemi -tisme en haat wordt gewaarborgd. Op de korte termijn zal de inspectie streng erop moeten toezien dat Islamitische scholen een goede invulling geven aan de wet die het burgerschapsonderwijs verplicht stelt."
  4. "Beperking van de maximale werktijd die door een docent mag worden besteed aan administratieve lasten (max 6%)."