Afschaffen artikel 94 van de Grondwet

De regering moet een plan sturen om artikel 94 van de Grondwet af te schaffen. Nu kunnen internationale afspraken namelijk Nederlandse wetten opzij zetten. Dit tast de macht van het Nederlandse parlement en de democratie aan. De politieke macht moet bij het Nederlandse volk liggen.

Motie van de leden Clemminck en Schilder over de Kamer nog dit jaar een procesvoorstel voorleggen voor afschaffing van artikel 94 van de Grondwet

De kamer, constaterende dat artikel 94 van de Grondwet ertoe leidt dat nationale wettelijke voorschriften buiten toepassing kunnen worden gelaten wanneer zij niet verenigbaar worden geacht met rechtstreeks werkende bepalingen uit verdragen of besluiten van internationale organisaties; overwegende dat hierdoor democratisch tot stand gekomen nationale wetgeving in de praktijk opzij kan worden gezet door internationale bepalingen; overwegende dat de Nederlandse wetgever zelf de hoogste democratische verantwoordelijkheid draagt voor de inrichting van onze rechtsstaat; overwegende dat de soevereiniteit en het politieke primaat bij het parlement moeten liggen en daarmee bij het Nederlandse volk; verzoekt de regering nog dit jaar een procesvoorstel aan de Kamer te sturen om te komen tot afschaffing van artikel 94 van de Grondwet.
24 juni | JA21, Markusz | Verworpen: 49–101 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij hanteert subsidiariteit als uitgangspunt, waarbij besluitvorming op een zo laag mogelijk niveau moet plaatsvinden [1]. Zij verzetten zich tegen Europese bemoeizucht op terreinen waar de Europese Unie geen mandaat voor heeft [1].

Argumenten tegen: Internationale rechtsbeginselen, zoals het nakomen van verdragen, vormen de kern van het buitenlands beleid [2]. De partij streeft naar de versterking van de multilaterale rechtsorde en wil een betrouwbare partner zijn in de internationale gemeenschap en bij internationale gerechtshoven [2]. Daarnaast wordt de druk op het gezag van internationale instellingen en verdragen als een aandachtspunt genoemd [3].

Bronnen:

  1. "Europese samenwerking begint met duidelijkheid over bevoegdheden. Het moet helder zijn waar lidstaten zelf verantwoordelijk voor zijn en waar de Europese Unie wel of niet over gaat. Voor de ChristenUnie is subsidiariteit het uitgangspunt: besluiten worden genomen op het laagst mogelijke niveau, zo dicht mogelijk bij mensen. Wij verzetten ons tegen Europese bemoeizucht op terreinen waar de EU geen mandaat heeft, zoals gezondheidszorg, medische ethiek, onderwijs of woningbouw. Zelfs wanneer Europese besluitvorming wenselijk of noodzakelijk is, blijft ruimte voor eigenheid en verschillen tussen lidstaten en regio's essentieel. Bij wijzigingen in de EU-verdragen besluit de Tweede Kamer met tweederdemeerderheid."
  2. "Niet macht en eigenbelang, maar recht en rechtvaardigheid vormen de kern van ons buitenlands beleid. Internationale rechtsbeginselen, zoals nakoming van verdragen en bescherming van burgers conform het humanitair oorlogsrecht, staan daarbij voorop. Nederland is en blijft een actieve en betrouwbare partner in de internationale gemeenschap en van internationale gerechtshoven. Onze inzet is dan ook gericht op versterking en bescherming van de multilaterale rechtsorde, waaronder de VN, die onder grote druk staat. Nederland neemt - idealiter in Europees verband - een leidende rol in het aankaarten van mensenrechtenschendingen en het tegengaan van straffeloosheid. We bestrijden autocratische regimes met sancties. Mensenrechtenschendingen worden bestreden en daders berecht."
  3. "Naast externe bedreigingen voor onze democratie zien we dat onze klassieke grondrechten dreigen af te brokkelen doordat bijvoorbeeld de vrijheid van onderwijs, de vrijheid van vergadering en het demonstratierecht onder druk staan. Het gezag van de rechtspraak wordt ter discussie gesteld en media gewantrouwd. Hetzelfde geldt voor het gezag van internationale instellingen en verdragen. Dit vraagt om politiek die stevig staat voor grondrechten, een weerbare samenleving, een krachtig en effectief justitieapparaat en scherpe normerende keuzes door de overheid."