De regering moet met zorgverzekeraars en de NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) overleggen over de plicht om genoeg casemanagers voor dementie in te zetten. Nu worden deze hulpverleners vaak te laat ingeschakeld. Dit zorgt voor zwaardere zorgvragen en te veel druk op mantelzorgers.
Motie van het lid Van Brenk over overleg over de zorgplicht voor voldoende casemanagers dementie
De kamer,
constaterende dat er signalen komen dat casemanagers dementie
onvoldoende worden ingezet of zelfs ontslagen worden, omdat zij niet
passen in de integrale bekostiging wijkverpleging;
constaterende dat ook uit de Dementiemonitor blijkt dat casemanagers
vaak pas te laat worden ingezet, terwijl dit al zou moeten vanaf de «niet
pluis»-fase;
overwegende dat casemanagers wel een heel belangrijke functie hebben
voor zowel mensen met dementie en mantelzorgers als voor andere
zorgverleners en dat te late inzet leidt tot zwaardere zorgvragen en extra
druk op mantelzorgers;
verzoekt de regering in overleg te gaan met de zorgverzekeraars en de
NZa over de zorgplicht voor voldoende casemanagers dementie.
Argumenten voor: De partij wil inzetten op wijkgerichte signalering en tijdig ingrijpen bij mensen die hulp nodig hebben [2]. De signaleringsfunctie van wijkteams wordt gezien als essentieel voor de aansluiting tussen de formele zorg en mantelzorgers [1]. Daarnaast wil de partij de overbelasting van mantelzorgers tegengaan [3] en de samenwerking tussen zorgprofessionals en informele zorgverleners stimuleren [4]. Ook is de partij van mening dat de invloed van zorgverzekeraars op de zorginkoop beperkt moet worden [5].
Argumenten tegen: De partij stelt dat er momenteel voldoende wijkverpleging beschikbaar is [1].
Bronnen:
"Bijna 95% van de ouderen woont thuis en wil dat ook. Ouderen kunnen, als ze zorg nodig hebben, kiezen: kwalitatief goede en voldoende zorg thuis, of een plek in een verpleeghuis. Er zijn voldoende wijkteams die vroeg problemen kunnen opsporen en er is voldoende wijkverpleging beschikbaar. De wijkteams hebben een signaleringsfunctie en zorgen voor aansluiting tussen de formele zorg en zorg die door mantelzorgers en vrijwilligers wordt gegeven."
"We investeren in wijkgerichte signalering én in bemoeizorg voor mensen die zelf geen hulp zoeken, maar dat wel hard nodig hebben. Hulpverleners krijgen de ruimte om tijdig in te grijpen en door te verwijzen."
"Mantelzorgers worden (financieel) ondersteund en er komt extra aandacht voor het tegengaan van overbelasting van mantelzorgers. We breiden het (kortdurend) zorgverlof uit."
"We stimuleren de rol van ervaringsdeskundigheid, met name in de GGZ, en stimuleren overal de samenwerking tussen zorgprofessionals en informele zorgverleners zoals vrijwilligers en naasten. We breiden de inzet van ervaringsdeskundigen structureel uit, zorgen voor passende scholing en verankeren hun positie binnen zorgteams - niet als aanvulling, maar als volwaardige partner. We zorgen er voor dat onnodige obstakels, zoals het niet kunnen declareren van de inzet van ervaringsdeskundigen, verdwijnen."
"T ot er een hernieuwd zorgfonds is, verplichten we zorgverzekeraars mee te betalen aan preventie en positieve gezondheid. Zorgverzekeraars verliezen hun sturende rol. Tot het zorgfonds volledig is ingevoerd, beperken we hun invloed op zorginkoop, selectie en controle."