Verzet tegen export van WW-uitkeringen naar de EU

De regering moet zich blijven verzetten tegen het langer exporteren van WW-uitkeringen (geld voor werklozen) naar andere EU-landen. Een langere periode maakt het moeilijker om mensen naar werk te begeleiden en de uitkeringen te controleren. Daarnaast zorgt dit voor hogere kosten voor de sociale zekerheid.

Motie van het lid Schenk over zich verzetten tegen een verruiming van de exportduur van WW-uitkeringen

De kamer, constaterende dat in Europees verband wordt voorgesteld de maximale duur van de export van Nederlandse WW-uitkeringen naar andere EU-lidstaten te verlengen van drie naar zes maanden; overwegende dat een langere exportduur van WW-uitkeringen toezicht, handhaving en begeleiding naar werk bemoeilijkt; overwegende dat een verruiming van de exportduur tevens leidt tot hogere uitgaven binnen de sociale zekerheid; verzoekt de regering zich te blijven verzetten tegen verruiming van de exportduur van WW-uitkeringen, en de Kamer voorafgaand aan belangrijke besluitvormingsmomenten te informeren over de Nederlandse inzet en de stand van zaken van de onderhandelingen.
24 juni | FVD | Verworpen: 53–96 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 75%)

Argumenten voor: De partij pleit voor meer controle over de Nederlandse koers in Brussel en wil dat ministers handelen volgens een mandaat van de Tweede Kamer [1]. Daarnaast wil de partij dat Nederland minder geld naar de EU stuurt en eist zij streng toezicht op Europese uitgaven en budgetdiscipline [3]. Het verzetten tegen een maatregel die leidt tot hogere kosten in de sociale zekerheid past bij de wens om zuiniger en verantwoordelijker met belastinggeld om te gaan [4].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die de verlenging van de exportduur van WW-uitkeringen steunen. Er wordt wel gesteld dat het sociale vangnet, waaronder de WW, behouden moet blijven [2][5], maar dit biedt geen directe grond om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Meer controle over Europese politiek. Nederlandse ministers stemmen in Brussel over nieuwe EU-wetgeving, maar zijn daarbij niet verplicht te handelen volgens de lijn van de Tweede Kamer. In de afgelopen jaren gebeurde het steeds vaker dat de wil van de Tweede Kamer werd genegeerd. Om die reden pleit BBB voor de invoering van een dwingend onderhandelingsmandaat voor Europese wetgevingsvoorstellen, zoals dat gebruikelijk is in het Deense en het Duitse Parlement. Het door de Tweede Kamer verleende mandaat bepaalt de ruimte van de minister bij onderhandelingen en stemmingen op Europees niveau. Bovendien vindt vroegtijdig afstemming plaats tussen ministeries ten behoeve van een nationaal standpunt richting Brussel."
  2. "Het vangnet behouden: WW, Ziektewet en WIA blijven als vangnet overeind."
  3. "BBB wil dat Nederland minder geld naar de EU stuurt en eist streng toezicht op Europese uitgaven. Eerst orde op zaken stellen in Brussel, dan pas praten over uitbreiding en verdere integratie. De EU moet zelf het goede voorbeeld geven door te snijden in de eigen organisatie om kosten te besparen. Budgetdiscipline en transparantie bij EU-uitgaven zijn voor BBB cruciaal."
  4. "Geen blanco cheque. Het oordeel van de Europese Rekenkamer over de wantoestanden bij de besteding van honderden miljarden euro uit het Corona Herstelfonds toont aan dat er zuiniger en verantwoordelijker met ons belastinggeld moet worden omgegaan. BBB wil niet meer van dit soort fondsen."
  5. "Het UWV hervormen tot een eenvoudige uitkeringsinstantie. De huidige situatie is onhoudbaar. Uiteraard blijft een vangnet beschikbaar voor wie dat nodig heeft. Keuringen en arbeidsmarktbegeleiding worden overgeheveld naar zelfstandige partijen met kennis van zaken."