De regering moet zich blijven verzetten tegen het langer exporteren van WW-uitkeringen (geld voor werklozen) naar andere EU-landen. Een langere periode maakt het moeilijker om mensen naar werk te begeleiden en de uitkeringen te controleren. Daarnaast zorgt dit voor hogere kosten voor de sociale zekerheid.
Motie van het lid Schenk over zich verzetten tegen een verruiming van de exportduur van WW-uitkeringen
De kamer,
constaterende dat in Europees verband wordt voorgesteld de maximale
duur van de export van Nederlandse WW-uitkeringen naar andere
EU-lidstaten te verlengen van drie naar zes maanden;
overwegende dat een langere exportduur van WW-uitkeringen toezicht,
handhaving en begeleiding naar werk bemoeilijkt;
overwegende dat een verruiming van de exportduur tevens leidt tot
hogere uitgaven binnen de sociale zekerheid;
verzoekt de regering zich te blijven verzetten tegen verruiming van de
exportduur van WW-uitkeringen, en de Kamer voorafgaand aan belangrijke besluitvormingsmomenten te informeren over de Nederlandse inzet
en de stand van zaken van de onderhandelingen.