Verzet tegen export van WW-uitkeringen naar de EU

De regering moet zich blijven verzetten tegen het langer exporteren van WW-uitkeringen (geld voor werklozen) naar andere EU-landen. Een langere periode maakt het moeilijker om mensen naar werk te begeleiden en de uitkeringen te controleren. Daarnaast zorgt dit voor hogere kosten voor de sociale zekerheid.

Motie van het lid Schenk over zich verzetten tegen een verruiming van de exportduur van WW-uitkeringen

De kamer, constaterende dat in Europees verband wordt voorgesteld de maximale duur van de export van Nederlandse WW-uitkeringen naar andere EU-lidstaten te verlengen van drie naar zes maanden; overwegende dat een langere exportduur van WW-uitkeringen toezicht, handhaving en begeleiding naar werk bemoeilijkt; overwegende dat een verruiming van de exportduur tevens leidt tot hogere uitgaven binnen de sociale zekerheid; verzoekt de regering zich te blijven verzetten tegen verruiming van de exportduur van WW-uitkeringen, en de Kamer voorafgaand aan belangrijke besluitvormingsmomenten te informeren over de Nederlandse inzet en de stand van zaken van de onderhandelingen.
24 juni | FVD | Verworpen: 53–96 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma JA21

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil dat de Tweede Kamer meer handvatten krijgt om toezicht te houden op Europese verordeningen en stelt dat ministers geen Europese besluiten mogen steunen zonder mandaat van het parlement [1]. Daarnaast wil de partij een rem zetten op ongerichte arbeidsmigratie [3] en meer ruimte binnen de EU om arbeidsmigratie te reguleren op basis van vraag en aanbod per sector [2]. Het verzetten tegen de verruiming van de export van WW-uitkeringen sluit aan bij dit streven naar meer regulering van migratie en het behoud van nationale controle.

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen specifieke argumenten om het verruimen van de exportduur van WW-uitkeringen te steunen.

Bronnen:

  1. "Naast de reeds ingebouwde controlemechanismen in de rapportages door ministeries moeten de Eerste en Tweede Kamer betere handvatten krijgen om subsidia -riteit te waarborgen binnen Europese verordeningen en richtlijnen. JA21 staat voor een Europese Unie die trouw blijft aan het subsidiariteitsbeginsel. Er moet onderzocht worden hoe de informatievoorziening verbeterd kan worden opdat deze wetgeving ook een grotere rol kan spelen in het publieke debat. Wetgeving die in Nederland impact heeft, moet tijdig besproken worden in de Tweede Kamer, zodat de volksvertegenwoordiging sturing kan geven. Ministers en staatssecretarissen mogen geen Europese besluiten steunen zonder een mandaat van het parlement."
  2. "Meer ruimte binnen EU-verband om arbeidsmigratie uit andere lidstaten te reguleren op basis van vraag en aanbod per sector. Lidstaten moeten afspraken kunnen maken over tijdelijke beperkingen en gerichte regulering, zodat arbeidsmigratie beter aansluit op de arbeidsmarkt."
  3. "Een rem zetten op ongerichte arbeidsmigratie. We steunen arbeidsmigratie alleen waar écht tekorten zijn en waar goede huisvesting en naleving gegarandeerd zijn."