Focus op belangrijke banen in de talentstrategie

De regering moet een talentstrategie maken met duidelijke keuzes voor economische sectoren. Mensen moeten namelijk worden geholpen om naar belangrijke en productieve banen te gaan. Eerdere regelingen, zoals het STAP-budget, zorgden er juist voor dat mensen weggingen bij sectoren met personeelstekort. De regering moet daarom concrete doelen stellen voor bij- en omscholing.

Motie van het lid Neijenhuis over richtinggevende keuzes in de Talentstrategie voor economische sectoren voor arbeidsmarktbeleid

De kamer, constaterende dat de Europese Commissie aanbeveelt om mobiliteit naar hoogproductieve sectoren en maatschappelijk relevante sectoren te stimuleren; constaterende dat in het verleden regelingen als het STAP-budget juist werden gebruikt door mensen die zich van tekortsectoren omschoolden naar banen met een veel lager maatschappelijk belang; constaterende dat de Kamer een motie heeft aangenomen voor een samenhangend plan om arbeidsmarkttekorten te adresseren; verzoekt de regering in de talentstrategie met duidelijke richtinggevende keuzes te komen voor economische sectoren voor arbeidsmarktbeleid; verzoekt de regering bij deze strategie te betrekken op welke manier, bijvoorbeeld met bij- en omscholing, of gerichte actie richting doelgroepen zoals 50-plussers, gezorgd kan worden dat mensen gestuurd en geholpen worden om van laagproductieve naar hoogproductieve en maatschappelijk relevante sectoren te gaan en daarbij concrete doelen vast te stellen.
24 juni | D66 | Aangenomen: 114–35 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij erkent dat de krimpende beroepsbevolking en arbeidsmarktkrapte een grote uitdaging vormen die vraagt om het maken van keuzes en het stellen van prioriteiten [1]. Er wordt gesteld dat sectoren die afhankelijk zijn van goedkope arbeidskrachten niet houdbaar zijn en dat de groei van laagbetaalde arbeid de innovatie en robotisering remt [3]. Daarnaast wordt aangegeven dat sectoren die enkel op deze basis draaien geen toekomst hebben [5]. De partij wil bovendien investeren in productiviteit en de samenwerking tussen het onderwijs en het bedrijfsleven versterken [4][2].

Argumenten tegen: Het programma biedt geen specifieke argumenten om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "De krimpende beroepsbevolking, bestaande arbeidsmarktkrapte, grote maatschappelijke uitdagingen (bijvoorbeeld verduurzaming) en groeiende vraag naar personeel in publieke sectoren zoals defensie en zorg, is een grote puzzel voor de arbeidsmarkt en economie. Deze structurele krapte vraagt om een gezamenlijke, met 'de polder' gedragen, aanpak. Werkgevers, werknemers, overheid en maatschappelijke organisaties maken samen de arbeidsmarkt toekomstbestendig. In goed polderoverleg maken we eerlijke keuzes over hoe we arbeid anders organiseren, arbeid eerlijker verdelen en welke prioriteiten we stellen in publieke dienstverlening. Arbeidsmigratie is daarbij geen eenvoudig antwoordvoor de oplossing van onze structurele tekorten."
  2. "Of het nu in de zorg, techniek of bouw is: onze samenleving en arbeidsmarkt kan niet zonder vakmensen. We zetten in op positieve beeldvorming en stimuleren jongeren om vol vertrouwen te kiezen voor het vmbo en het mbo. Er komt gericht beleid voor meer praktisch gericht onderwijs, bijvoorbeeld de techniekhavo. Het mbo moet toegankelijk zijn voor instromers zonder startkwalificatie na beoordeling door de opleiding. De samenwerking tussen mboinstellingen en werkgevers wordt versterkt, zodat elke jongere verzekerd is van een kwalitatief goede stageplaats, inclusief stagevergoeding."
  3. "Het toezicht op de naleving van wetgeving (zoals de Wet goed verhuurderschap of de Arbowetgeving) wordt aangescherpt. Sommige sectoren bestaan in Nederland dankzij het grote aanbod van goedkope arbeidskrachten van andere EU-lidstaten of daarbuiten. In die sectoren is Nederland verslaafd aan goedkope arbeidsmigranten. Dit is niet houdbaar. De groei van laagbetaalde arbeid en het aanbod van arbeidsmigranten remt innovatie en robotisering en legt een te grote druk op voorzieningen die schaars zijn. Om meer grip te krijgen op arbeidsmigratie moet er allereerst een einde komen aan de slechte arbeidsvoorwaarden. Daarnaast zijn er aparte Schengen-afspraken en een arbeidsmigratiepact in de Europese Unie nodig. Binnen de Europese Unie pleiten we voor de invoering van tewerkstellingsvergunningen, in eerste instantie voor bepaalde sectoren zoals de bouw of uitzendsector. In Europees verband zetten we ons in om belastingvoordelen voor expats gezamenlijk af te schaffen. Werkgevers dragen bij aan integratie door te investeren in taallessen."
  4. "Om onze toekomstige welvaart zeker te stellen is het van belang om nu te investeren in innovatie en productiviteit. Dat vraagt om een beter samenspel van wetenschap, kennisinstituten, opleidingen en bedrijven. Er komt een nationale investeringsbank, als voortzetting van InvestNL. Op macroniveau bedragen op termijn de publieke en private uitgaven aan innovatie en onderzoek 3% van het nationaal inkomen. We verbeteren de toegang van het mkb, start-ups en scale-ups tot groeikapitaal, ook via nonbancaire financiers als Qredits. We versterken de regionale industrieclusters, bijvoorbeeld via een investeringsdeal waar huisvesting onderdeel van is. Hierbij valt te denken aan de herbestemming van ongebruikte kantoorpanden."
  5. "Te veel sectoren draaien op goedkope buitenlandse arbeidskrachten. In een bloeiende economie gaat de bloei van een bedrijf en haar werknemers hand in hand. Sectoren die alleen kunnen bestaan dankzij slechte primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden hebben geen toekomst in Nederland. Zie hiervoor ook het kopje 'Arbeidsmigratie' in paragraaf 10.3."