De regering moet een talentstrategie maken met duidelijke keuzes voor economische sectoren. Mensen moeten namelijk worden geholpen om naar belangrijke en productieve banen te gaan. Eerdere regelingen, zoals het STAP-budget, zorgden er juist voor dat mensen weggingen bij sectoren met personeelstekort. De regering moet daarom concrete doelen stellen voor bij- en omscholing.
Motie van het lid Neijenhuis over richtinggevende keuzes in de Talentstrategie voor economische sectoren voor arbeidsmarktbeleid
De kamer,
constaterende dat de Europese Commissie aanbeveelt om mobiliteit naar
hoogproductieve sectoren en maatschappelijk relevante sectoren te
stimuleren;
constaterende dat in het verleden regelingen als het STAP-budget juist
werden gebruikt door mensen die zich van tekortsectoren omschoolden
naar banen met een veel lager maatschappelijk belang;
constaterende dat de Kamer een motie heeft aangenomen voor een
samenhangend plan om arbeidsmarkttekorten te adresseren;
verzoekt de regering in de talentstrategie met duidelijke richtinggevende
keuzes te komen voor economische sectoren voor arbeidsmarktbeleid;
verzoekt de regering bij deze strategie te betrekken op welke manier,
bijvoorbeeld met bij- en omscholing, of gerichte actie richting
doelgroepen zoals 50-plussers, gezorgd kan worden dat mensen gestuurd
en geholpen worden om van laagproductieve naar hoogproductieve en
maatschappelijk relevante sectoren te gaan en daarbij concrete doelen
vast te stellen.
Argumenten voor: De partij wil een landelijke krapteaanpak waarbij mensen worden gestimuleerd om over te stappen naar beroepen waar de krapte het grootst is, met name in de zorg, het onderwijs en de techniek [1]. Daarnaast wil de partij kiezen voor sectoren die de maatschappij vooruithelpen, zoals duurzame en hoogproductieve sectoren [2]. Dit wordt ondersteund door het inzetten van om- en bijscholing voor bijvoorbeeld de energietransitie [4] en het gericht inzetten van arbeidsmigratie voor de sectoren waar mensen echt nodig zijn [3].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om tegen een sectorale aanpak van arbeidsmarkttekorten of gerichte scholing te stemmen.
Bronnen:
"D66 wil een landelijke krapteaanpak. Samen met werkenden, ondernemers en de overheid stimuleren we mensen om over te stappen naar beroepen waar de krapte het grootst is. We beginnen met de zorg, het onderwijs en de techniek."
"Kiezen voor sectoren die ons vooruithelpen. Een aantal sectoren zetten veel arbeidsmigranten in, maar hebben grote negatieve gevolgen voor het klimaat, veroorzaken veel stikstofuitstoot of nemen veel fysieke ruimte in. D66 beperkt fiscale subsidies voor zulke sectoren en wil de echte kosten doorberekenen ('eerlijke prijzen'), zodat de maatschappij niet langer opdraait voor de kosten terwijl werkgevers de winsten in hun zak steken. Dat creëert kansen voor duurzame, hoogproductieve sectoren."
"D66 wil arbeidsmigratie daar inzetten waar die het verschil maakt. We gaan de echte prijs betalen voor arbeidsmigratie. En we kiezen voor vakkrachten en kenniswerkers die ons vooruit helpen naar een groene en leefbare toekomst, bij bedrijven en sectoren waar innovatie en eerlijk werkgeverschap vooropstaan. De overheid krijgt de regie: minder kwetsbare, laagbetaalde arbeidsmigratie, meer gerichte arbeidsmigratie voor de sectoren waar we mensen écht nodig hebben. We stellen strenge voorwaarden aan werkgevers als die arbeidsmigranten inzetten. Als zij niet zorgen voor fatsoenlijke huisvesting en arbeidsvoorwaarden kunnen ze hun vergunning kwijtraken."
"We willen mensen om- en bijscholen voor vergroening. Mensen uit de fossiele industrie krijgen begeleiding naar werk in de energietransitie. Het wordt aantrekkelijker om technisch onderwijs te volgen."