De regering moet een talentstrategie maken met duidelijke keuzes voor economische sectoren. Mensen moeten namelijk worden geholpen om naar belangrijke en productieve banen te gaan. Eerdere regelingen, zoals het STAP-budget, zorgden er juist voor dat mensen weggingen bij sectoren met personeelstekort. De regering moet daarom concrete doelen stellen voor bij- en omscholing.
Motie van het lid Neijenhuis over richtinggevende keuzes in de Talentstrategie voor economische sectoren voor arbeidsmarktbeleid
De kamer,
constaterende dat de Europese Commissie aanbeveelt om mobiliteit naar
hoogproductieve sectoren en maatschappelijk relevante sectoren te
stimuleren;
constaterende dat in het verleden regelingen als het STAP-budget juist
werden gebruikt door mensen die zich van tekortsectoren omschoolden
naar banen met een veel lager maatschappelijk belang;
constaterende dat de Kamer een motie heeft aangenomen voor een
samenhangend plan om arbeidsmarkttekorten te adresseren;
verzoekt de regering in de talentstrategie met duidelijke richtinggevende
keuzes te komen voor economische sectoren voor arbeidsmarktbeleid;
verzoekt de regering bij deze strategie te betrekken op welke manier,
bijvoorbeeld met bij- en omscholing, of gerichte actie richting
doelgroepen zoals 50-plussers, gezorgd kan worden dat mensen gestuurd
en geholpen worden om van laagproductieve naar hoogproductieve en
maatschappelijk relevante sectoren te gaan en daarbij concrete doelen
vast te stellen.
Argumenten voor: De partij erkent dat er een groot tekort is aan zorgpersoneel [1] en wil dat zorgverleners zodanig worden opgeleid dat zij snel en vakkundig kunnen worden ingezet op de plekken waar de schaarste het grootst is [1]. Daarnaast wordt expliciet gesproken over het flexibel opleiden en de inzet van zorgpersoneel [3]. Verder benadrukt de partij dat het mbo essentieel is voor het opleiden van vakmensen in diverse sectoren (zoals de bouw en zorg) om Nederland draaiende te houden [2].
Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten tegen het sturen van mensen naar specifieke sectoren of het gebruik van gerichte opleidingen om arbeidsmarkttekorten aan te pakken.
Bronnen:
"Er is een groot tekort aan zorgpersoneel. We schrappen bureaucratie en managementlagen die de zorg duurder en ingewikkelder hebben gemaakt. Met slimme inzet van kunstmatige intelligentie verlagen we de administratiedruk. Zorgverleners krijgen meer zeggenschap over hun eigen werk. Zij weten wat de beste zorg is en hoe ze die moeten organiseren. Dit draagt aan hun werkplezier en behoud van personeel. Wij willen dat zorgverleners worden opgeleid om snel maar vakkundig en op plekken waar de schaarste het grootst is, ingezet te kunnen worden. Daarnaast voeren we een meerwerkbonus voor het verplegend personeel in: parttimers die meer gaan werken, krijgen een bonus. Zo zorgen we ervoor dat meer werken gaat lonen."
"Het mbo is het kloppend hart van onze economie. Hier worden onze vakmensen opgeleid: de bouwers, verzorgers, monteurs, chauffeurs, koks, beveiligers, kappers, technici en zoveel meer. Zonder mbo geen draaiend Nederland. De PVV draagt het mbo een warm hart toe: een mbo waar vakmanschap, discipline en trots centraal staan. Zo houden we het mbo dé springplank die jongeren en Nederland vooruitbrengt."