De regering moet een talentstrategie maken met duidelijke keuzes voor economische sectoren. Mensen moeten namelijk worden geholpen om naar belangrijke en productieve banen te gaan. Eerdere regelingen, zoals het STAP-budget, zorgden er juist voor dat mensen weggingen bij sectoren met personeelstekort. De regering moet daarom concrete doelen stellen voor bij- en omscholing.
Motie van het lid Neijenhuis over richtinggevende keuzes in de Talentstrategie voor economische sectoren voor arbeidsmarktbeleid
De kamer,
constaterende dat de Europese Commissie aanbeveelt om mobiliteit naar
hoogproductieve sectoren en maatschappelijk relevante sectoren te
stimuleren;
constaterende dat in het verleden regelingen als het STAP-budget juist
werden gebruikt door mensen die zich van tekortsectoren omschoolden
naar banen met een veel lager maatschappelijk belang;
constaterende dat de Kamer een motie heeft aangenomen voor een
samenhangend plan om arbeidsmarkttekorten te adresseren;
verzoekt de regering in de talentstrategie met duidelijke richtinggevende
keuzes te komen voor economische sectoren voor arbeidsmarktbeleid;
verzoekt de regering bij deze strategie te betrekken op welke manier,
bijvoorbeeld met bij- en omscholing, of gerichte actie richting
doelgroepen zoals 50-plussers, gezorgd kan worden dat mensen gestuurd
en geholpen worden om van laagproductieve naar hoogproductieve en
maatschappelijk relevante sectoren te gaan en daarbij concrete doelen
vast te stellen.
Argumenten voor: De partij streeft naar een economie die erop gericht is dat mens en maatschappij opbloeien [2]. Een strategie die mensen richting maatschappelijk relevante sectoren stuurt, sluit aan bij deze visie van een robuuste en sociale economie [2]. Daarnaast is er vanuit de partij aandacht voor het versterken van soepele overgangen en doorlopende leerlijnen binnen het onderwijs [1][3], wat relevant is voor de in de motie gevraagde bij- en omscholing.
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen specifieke argumenten tegen het sturen van mensen naar bepaalde sectoren of het maken van beleidsmatige keuzes in de arbeidsmarkt.
Bronnen:
"Er komt geen vijfjarig vmbo voor alle leerlingen. Soepele overgangen en doorlopende leerlijnen tussen praktijkonderwijs, vmbo en mbo worden versterkt."
"Het Griekse woord voor econoom, oikonomos, komt in de Bijbel meermaals voor en wordt veelal vertaald met 'rentmeester'. Zoals een rentmeester de verantwoordelijkheid heeft het bezit van een ander te beheren en te gebruiken, zo heeft de mens de taak gekregen deze aarde te bouwen en te bewaren. Deze houding vormt een belangrijk vertrekpunt voor hoe wij kijken naar onze economie. Ongebreidelde groei en materialisme is zeker niet het Bijbelse ideaal. Ons economisch handelen moet tot doel hebben dat mens en maatschappij opbloeien. Daarom moeten we toe naar een economie die gebaseerd is op waarden, die robuust, sociaal, duurzaam en innovatief is. Dat vraagt om een goed vestigingsklimaat, met rechtvaardige belastingen voor burgers én minder administratieve rompslomp voor ondernemers. Dat vraagt ook om bescherming van werknemers, maar wel zo dat werkgevers hen graag in dienst blijven nemen."
"Het beoordelingsmodel van de inspectie mag scholen niet benadelen bij de doorstroom van havo naar mbo. Ook moet recht gedaan worden aan de status van nieuwkomers in het voortgezet onderwijs."