Geen nieuwe VWS-wetten zonder uitvoeringstoets

De regering moet geen nieuwe wetten op het gebied van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) naar de Kamer sturen voordat uitvoeringsorganisaties een volledige uitvoeringstoets hebben gedaan. Nieuwe wetten werken namelijk alleen als er vooraf duidelijk is over de uitvoerbaarheid, de hoeveelheid nodig personeel en de gevolgen voor bestaande taken.

Motie van het lid Van Meetelen over geen wetsvoorstellen aan de Kamer sturen zolang relevante uitvoeringsorganisaties nog geen volledige uitvoeringstoets hebben gedaan

De kamer, overwegende dat nieuwe wetgeving niet mag worden ingevoerd zonder duidelijkheid over uitvoerbaarheid, personeelsbeslag en gevolgen voor bestaande taken; verzoekt de regering geen wetsvoorstellen op het terrein van VWS aan de Kamer te sturen zolang relevante uitvoeringsorganisaties geen volledige uitvoeringstoets hebben uitgevoerd.
25 juni | PVV | Verworpen: 46–104 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma JA21

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil de regeldruk verminderen en stelt dat nieuwe regels alleen geïntroduceerd mogen worden als oude, overbodige regels worden geschrapt [1]. Daarnaast streeft de partij naar een kleinere en doeltreffender overheid [2] en benadrukt zij het belang van het nemen van verantwoordelijkheid met realistische plannen [4]. Ook vindt de partij dat de volksvertegenwoordiging tijdig sturing moet kunnen geven aan wetgeving die impact heeft [3].

Argumenten tegen: De beschikbare fragmenten bieden geen argumenten om tegen het uitvoeren van uitvoerbaarheidstoetsen of de controle op de uitvoerbaarheid van wetgeving te stemmen.

Bronnen:

  1. "Minder regeldruk door een minister voor Overheidsefficiëntie en Autonomie aan te stellen die met een harde reductiedoelstelling een einde maakt aan de toenemende regeldruk en met de stofkam door bestaande wet- en regelgeving gaat. Nieuwe regels introduceren we alleen als we oude overbodige regels schrappen."
  2. "Onze plannen stellen alle Nederlanders in staat de schouders eronder te zetten op een manier die hen past. Daarvoor moet het vertrouwen tussen overheid en politiek hersteld worden: mensen moeten zelf zeggenschap krijgen, in plaats van een steeds verder uitdijende, ineffi -ciënte overheid die bepaalt wat goed voor hen is. Daarom pleit JA21 voor een Minister voor Overheidsefficiëntie en Autonomie. Dit is geen extra bestuurslaag, maar een instrument om de overheid kleiner en doeltreffender te maken."
  3. "Naast de reeds ingebouwde controlemechanismen in de rapportages door ministeries moeten de Eerste en Tweede Kamer betere handvatten krijgen om subsidia -riteit te waarborgen binnen Europese verordeningen en richtlijnen. JA21 staat voor een Europese Unie die trouw blijft aan het subsidiariteitsbeginsel. Er moet onderzocht worden hoe de informatievoorziening verbeterd kan worden opdat deze wetgeving ook een grotere rol kan spelen in het publieke debat. Wetgeving die in Nederland impact heeft, moet tijdig besproken worden in de Tweede Kamer, zodat de volksvertegenwoordiging sturing kan geven. Ministers en staatssecretarissen mogen geen Europese besluiten steunen zonder een mandaat van het parlement."
  4. "1.2 Verantwoordelijkheid nemen met realistische plannen"