Eerlijke controle op terugvorderingen

De regering moet controleren of overheidsinstanties goed kijken of het terugvragen van geld wel eerlijk is. Dit moet binnen twee jaar gebeuren. Een goede controle is nodig voor de rechtszekerheid van burgers: zij moeten weten waar ze aan toe zijn. Ook moet de regering kijken of de verschillende instanties op dezelfde manier werken.

Motie van de leden Ceder en Neijenhuis over monitoring van de bereidwilligheid tot ambtshalve toetsing van risicovolle terugvorderingen en de harmonisatie van organisatieculturen tussen bestuursorganen

De kamer, constaterende dat met het wetsvoorstel de jurisprudentie rond evenredigheidstoetsing en dringende reden wordt gecodificeerd; overwegende dat interne toetsing of een terugvordering voldoet aan het evenredigheidsbeginsel een belangrijke schakel is in de rechtszekerheid van burgers en in lijn is met de geest van de beweging van wantrouwen naar vertrouwen; verzoekt de regering binnen twee jaar na inwerkingtreding via een invoeringstoets de bereidwilligheid tot ambtshalve toetsing van risicovolle terugvorderingen en de harmonisatie van organisatieculturen tussen de bestuursorganen te monitoren, en de Kamer hierover te informeren.
30 juni | CU, D66 | Aangenomen: 104–46 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma JA21

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij uit zorgen dat bepaalde ontwikkelingen bijdragen aan een lager vertrouwen in de rechtspraak [1] en wil dat de wetgevende macht sterker wordt [3]. Daarnaast streeft de partij naar een betere informatievoorziening aan de Kamer, zodat de volksvertegenwoordiging effectiever sturing kan geven en toezicht kan houden [2].

Argumenten tegen: De partij zet zich in voor het verminderen van de regeldruk [4] en het stoppen van de groei binnen ministeries en andere overheidsinstanties [5]. Het verzoek om monitoring en het uitvoeren van een toetsing zou door de partij gezien kunnen worden als een toename van bureaucratie of regeldruk.

Bronnen:

  1. "'algemeen belang' een te rekbaar begrip is gebleken, roept dit vragen op over mogelijke verschuivingen in de taakverdeling tussen wetgevende, uitvoerende en rech -terlijke macht. Bovenal is dit zorgelijk omdat deze ont -wikkeling bijdraagt aan een lager vertrouwen van veel Nederlanders in de rechtspraak. JA21 geeft de aanzet tot het moderniseren of opzeggen van internationale verdragen. Dit alles is zowel in het belang van de samenleving als (het aanzien van) de rechterlijke macht."
  2. "Naast de reeds ingebouwde controlemechanismen in de rapportages door ministeries moeten de Eerste en Tweede Kamer betere handvatten krijgen om subsidia -riteit te waarborgen binnen Europese verordeningen en richtlijnen. JA21 staat voor een Europese Unie die trouw blijft aan het subsidiariteitsbeginsel. Er moet onderzocht worden hoe de informatievoorziening verbeterd kan worden opdat deze wetgeving ook een grotere rol kan spelen in het publieke debat. Wetgeving die in Nederland impact heeft, moet tijdig besproken worden in de Tweede Kamer, zodat de volksvertegenwoordiging sturing kan geven. Ministers en staatssecretarissen mogen geen Europese besluiten steunen zonder een mandaat van het parlement."
  3. "De minister dient zich niet alleen te richten op het efficiën -ter maken van de overheid, maar in de tweede plaats ook op het versterken van de wetgevende macht. Decentrale besluitvorming speelt hierin een belangrijke rol. Het subsidiari -teitsbeginsel, dat stelt dat een hogere overheid alleen taken op zich neemt als een lagere overheid daartoe niet in staat is, moet zo veel mogelijk nageleefd worden. De Minister voor"
  4. "Minder regeldruk door een minister voor Overheidsefficiëntie en Autonomie aan te stellen die met een harde reductiedoelstelling een einde maakt aan de toenemende regeldruk en met de stofkam door bestaande wet- en regelgeving gaat. Nieuwe regels introduceren we alleen als we oude overbodige regels schrappen."
  5. "De minister voor Overheidsefficiëntie en Autonomie krijgt duidelijke taken: in de eerste plaats het terugdringen van de sluipende groei van de bureaucratie en het stoppen van de steeds snellere groei binnen ministeries en andere overheidsinstanties. De minister dient regels, instanties en het woud aan ongekozen adviesraden en overheidsorganen kritisch tegen het licht te houden, zodat onno -dige overheidsstructuren kunnen worden afgebouwd of samengevoegd. Zo kan de overheid zich weer concentreren op haar kerntaken, en niet ingrijpen waar de over -heid geen meerwaarde biedt. De slanke overheid die dit beleid op moet leveren is niet alleen goedkoper, maar ook efficiënter."