De regering moet bij de verdeling van geld voor infrastructuur (wegen en spoor) kiezen voor spoorprojecten die weinig kosten maar wel veel verbeteren voor reizigers. Er is namelijk een tekort aan geld voor onderhoud en nieuwe verbindingen. Kleine aanpassingen aan het spoor kunnen de reiservaring al flink verbeteren terwijl de vraag naar het openbaar vervoer stijgt.
Motie van het lid De Hoop c.s. over nadrukkelijk kijken naar spoorprojecten waarbij met relatief kleine investeringen grote effecten kunnen worden bewerkstelligd
De kamer,
constaterende dat er grote tekorten zijn voor onderhoud van bestaande
infra en aanleg van nieuwe infra;
overwegende dat de vraag naar goed openbaar vervoer de komende tijd
verder toe zal nemen en hiervoor op cruciale knooppunten en stations
meer capaciteit nodig is;
overwegende dat er soms met relatief kleine infrastructurele aanpassingen grote effecten voor treinreizigers kunnen worden behaald;
verzoekt de regering om bij de invulling van het afweegkader voor
infrastructuur nadrukkelijk te kijken naar spoorprojecten waarbij met
relatief kleine investeringen grote effecten kunnen worden bewerkstelligd.
Argumenten voor: De partij pleit voor investeringen in infrastructuur die een groot rendement opleveren, bijvoorbeeld door de combinatie van veiligheid en economische voordelen [1]. Daarnaast wil de partij dat de beoordeling van projecten verder gaat dan alleen de kosten en doorlooptijd; er moet juist gekeken worden naar de bijdrage aan de regionale economische ontwikkeling, werkgelegenheid en brede welvaart [3]. De motie, die vraagt om de nadruk te leggen op projecten waarbij kleine investeringen grote effecten sorteren, sluit aan bij deze wens om de effectiviteit van investeringen te maximaliseren [5801, 6442]. Ook het belang van kleinschalige oplossingen in bepaalde gebieden wordt ondersteund [4].
Argumenten tegen: De partij uit kritiek op beleid dat uitsluitend gericht is op kostenbeheersing, omdat dit heeft geleid tot achteruitgang in regio's en buitengebieden [2]. Een focus op 'relatief kleine investeringen' zou in die zin geïnterpreteerd kunnen worden als een terugkeer naar een eenzijdige focus op kosten, wat haaks staat op hun wens voor brede beoordelingen [6436, 6442].
Bronnen:
"Onze infrastructuur is verouderd. Bruggen zijn toe aan groot onderhoud, spoorlijnen ontbreken en knooppunten slibben dicht. Juist vanuit veiligheidsoogpunt pleit BBB daarom voor hernieuwde investeringen in regionale én landelijke infrastructuur. De Nedersaksenlijn versterkt niet alleen de bereikbaarheid van de regio en de woningbouwcapaciteit, maar vergroot ook de militaire inzetbaarheid van Nederland. Door dit project te koppelen aan Defensie-uitgaven, maken we dubbel rendement: voor onze veiligheid én onze economie. Investeringen in infrastructuur en mobiliteit leveren bovendien werkgelegenheid op in bouw, onderhoud en logistiek, met name in regio's die nu worden achtergesteld. Ze creëren ruimte voor woningbouw, versterken de regionale economie en dragen bij aan betaalbaarheid en bestaanszekerheid. Veiligheid en bereikbaarheid gaan hand in hand."
"Nederland is groot geworden dankzij zijn sterke verbindingen over weg, water, spoor en lucht. Die infrastructuur is essentieel voor onze economie, woningbouw, energietransitie en nationale veiligheid. Maar de ruggengraat piept en kraakt: jarenlang beleid dat vooral gericht was op kostenbeheersing en stedelijke knooppunten heeft geleid tot achteruitgang in regio's en buitengebieden. Openbaar vervoer verdwijnt, voorzieningen sluiten en bereikbaarheid neemt af. BBB vindt dat dit anders moet: iedereen in Nederland, van Randstad tot Achterhoek en van Heuvelland tot de Wâlden, moet zich veilig, betaalbaar en betrouwbaar kunnen verplaatsen."
"Brede beoordeling infrastructuurprojecten. Infrastructuurprojecten worden niet alleen beoordeeld op kosten en doorlooptijd. Er wordt ook gekeken naar hun bijdrage aan (regionale) economische ontwikkeling, regionale werkgelegenheid en brede welvaart. Projecten met aantoonbare potentie om economische groei, woningbouw of strategische spreiding te stimuleren verdienen prioriteit in financiering en uitvoering."
"De regionale ontsluiting moet worden versterkt door te blijven investeren in spoor- en wegverbindingen. De auto blijft onmisbaar, vooral in landelijke gebieden. Openbaar vervoer moet beschikbaar, betrouwbaar en betaalbaar zijn, ook buiten de Randstad. Kleinschalige OV-oplossingen zijn belangrijk in dunbevolkte gebieden."