Betere bereikbaarheid voor regio's en eilanden

De regering moet regionale bereikbaarheid, de bereikbaarheid van de Waddeneilanden en het gebrek aan alternatieven als eigen criteria gebruiken bij investeringen in infrastructuur. Nu bepalen drukte en reistijd vaak de beslissing. Dit is niet genoeg, omdat uitgesteld onderhoud in afgelegen gebieden voor grote problemen zorgt voor inwoners en bedrijven.

Motie van het lid Van der Plas over regionale bereikbaarheid, de bereikbaarheid van de Waddeneilanden en het ontbreken van goede alternatieven meewegen in het afwegingskader voor investeringen in infrastructuur

De kamer, constaterende dat Rijkswaterstaat wegens geldgebrek gepland onderhoud uitstelt en het kabinet werkt met een afwegingskader voor investeringen in infrastructuur; overwegende dat verkeersintensiteit, reistijdverlies en het ontbreken van een nationaal belang niet altijd volledig laten zien hoe noodzakelijk een verbinding is voor inwoners, bedrijven en voorzieningen; overwegende dat uitgesteld onderhoud kan leiden tot hogere kosten, storingen en beperkingen en in gebieden met weinig alternatieve verbindingen grote gevolgen heeft voor inwoners en bedrijven in de regio en op de Waddeneilanden; verzoekt de regering regionale bereikbaarheid, de bereikbaarheid van de Waddeneilanden en het ontbreken van goede alternatieven als zelfstandige criteria mee te wegen in het afwegingskader, en verkeersintensiteit en reistijdverlies daarbij niet automatisch doorslaggevend te laten zijn.
30 juni | BBB | Aangenomen: 147–3 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil dat investeringen van het Rijk meer bijdragen aan het versterken van regio's [2]. Er wordt benoemd dat de Rijksoverheid regio's te lang heeft verwaarloosd door te weinig te investeren in onder andere bereikbaarheid [3]. Daarnaast stelt de partij dat investeringen noodzakelijk zijn om heel Nederland bereikbaar te houden [1] en dat dorpen en buitenwijken beter bereikbaar gemaakt moeten worden met het openbaar vervoer [4].

Argumenten tegen: De verstrekte fragmenten bevatten geen argumenten om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Samenleven betekent verbonden zijn. Mobiliteit brengt mensen bij elkaar. Op bezoek bij familie, naar het werk of de vereniging. Maar Nederland dreigt vast te lopen. Bussen worden wegbezuinigd, de treinen puilen uit en de snelwegen staan vol. Om heel Nederland bereikbaar te houden, zijn investeringen in infrastructuur voor schoon en slim vervoer noodzakelijk. Duurzaam vervoer moet gestimuleerd worden en onnodig verkeer voorkomen."
  2. "Investeringen van het Rijk moeten meer bijdragen aan sterke regio's. Het Rijk stelt met regiodeals geld beschikbaar om de kwaliteit van leven, wonen en werken in de regio te verhogen. Uitvoeringsorganisaties van het Rijk worden door heel het land gevestigd. Elke regio heeft genoeg OV, zorg- en onderwijsvoorzieningen en krijgt hiervoor geld van het Rijk. Zo houden we gebieden leefbaar. We behouden de toeslag voor kleine scholen. Hogescholen krijgen geld om kleine en kwetsbare opleidingen in de regio overeind te houden. We houden posten voor spoedeisende hulp en andere vormen van acute zorg open door het hele land."
  3. "De Rijksoverheid heeft de verschillende regio's te lang aan hun lot overgelaten en soms zelfs bewust achterstanden gecreëerd. Door te weinig te investeren in werkgelegenheid, huisvesting, bereikbaarheid of het in stand houden van het voorzieningenniveau. Of door, zoals in Groningen, alleen maar te focussen op de (financiële) belangen van de Rijksoverheid, in plaats van de belangen van de regio en haar inwoners. De Rijksoverheid staat letterlijk en figuurlijk op grote afstand van de inwoners van de Veenkoloniën, Zeeuws-Vlaanderen of Twente. En dit geldt voor veel meer regio's."
  4. "Er dreigt een kaalslag in het OV: buslijnen verdwijnen, ritten worden steeds duurder. We willen dorpen, buitenwijken en voorzieningen beter bereikbaar maken met het openbaar vervoer. We draaien de bezuiniging op het openbaar vervoer terug en stellen in navolging van de Bikker-gelden 300 miljoen euro per jaar beschikbaar voor versterking van het aanbod van busvervoer en goedkopere kaartjes. Er komt een landelijk netwerk van frequente snelle busverbindingen tussen middelgrote steden. We zetten ons in voor een structurele verbetering van het doelgroepenvervoer, inclusief het leerlingenvervoer."