Regionale groei in mobiliteitsbudgetten

De regering moet de regionale economische en ruimtelijke effecten meewegen in het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds. Investeren in regionale knooppunten zorgt voor een betere bereikbaarheid, leefbaarheid en economische groei.

Motie van het lid Grinwis c.s. over het regionale economische en ruimtelijke effect van investeringen in cruciale infrastructurele knoop- en knelpunten meewegen

De kamer, constaterende dat gerichte investeringen in regionale knoop- c.q. knelpunten een groot effect kunnen hebben op regionale bereikbaarheid, leefbaarheid en economische ontwikkeling; constaterende dat de Kamer middels moties (36 800, nrs. 54 en 55) heeft verzocht regionale ontwikkeling mee te nemen in het afweegkader; overwegende dat het voorgelegde afweegkader voor prioritering binnen het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds sterk gericht is op het nationaal belang; verzoekt de regering om in het uiteindelijke afweegkader nadrukkelijk het regionale economische en ruimtelijke effect van investeringen in cruciale infrastructurele knoop- en knelpunten mee te wegen.
30 juni | CU, CDA, PRO, SGP |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij streeft naar de regionalisering van de economie door lokale ketens en streekproducten te stimuleren [1]. Daarnaast wordt expliciet vermeld dat er geïnvesteerd moet worden in regionale infrastructuur [2]. Tevens ligt de nadruk op het ondersteunen van lokale initiatieven [3].

Argumenten tegen: Er zijn geen argumenten tegen de motie te vinden in de aangeleverde fragmenten.

Bronnen:

  1. "We bevorderen de regionalisering van de economie door lokale ketens, streekproducten en regionaal geldgebruik te stimuleren. Zo maken we economieen veerkrachtiger en minder afhankelijk van mondiale systemen."
  2. "Nederland stopt per direct met het stimuleren en exporteren van systemen en producten voor industriële landbouw zoals slachterijen, megastallen en landbouwgif. Ook het budget voor ontwikkelingssamenwerking wordt niet langer gebruikt voor het ondersteunen van de uitbreiding van activiteiten van Nederlandse landen tuinbouwbedrijven zoals rozenkwekers. In plaats daarvan wordt geïnvesteerd in regionale, agroecologische, diervriendelijke voedselvoorziening en in regionale infrastructuur."
  3. "We gaan ons meer richten op het ondersteunen van het toekomstbestendige midden- en kleinbedrijf, groene innovaties en lokale initiatieven. We stoppen met het subsidiëren van de grootste vervuilers. De vervuiler gaat betalen en de opbrengsten gebruiken we voor toekomstbestendige ondernemingen en groene innovatie."