De regering moet de vergoeding voor stijgende kosten voor het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds niet verder verlagen. Deze fondsen betalen voor wegen en waterveiligheid. Er is al een tekort van 80 miljard euro. Door deze vergoedingen te verlagen, worden de tekorten voor onderhoud en bouw nog groter. Dit brengt belangrijke investeringen in Nederland in gevaar.
Motie van de leden Grinwis en Stoffer over geen nieuwe inhoudingen op prijsbijstellingstranches voor het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds
De kamer,
constaterende dat het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
gedurende de looptijd van het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds meer
dan 80 miljard euro tekortkomt om alle actuele opgaven uit te kunnen
voeren;
overwegende dat de afgelopen jaren door bezuinigingen op de prijsbijstellingstranches de tekorten op beide begrotingsfondsen voor miljarden
zijn vergroot;
overwegende dat het kabinet voornemens is om aan de hand van een
afweegkader scherp te gaan prioriteren, maar dat het daarbij natuurlijk
wel van belang is dat het tekort niet nog groter wordt gemaakt door
nieuwe bezuinigingen;
overwegende dat bij motie-Grinwis c.s. (36 800-IX, nr. 34) door de Kamer
is uitgesproken dat investeringsuitgaven in de rijksbegroting meer
bescherming verdienen;
overwegende dat al zouden de prijsbijstellingstranches de afgelopen tien
jaar volledig zijn toegekend, ze niet voldoende zouden zijn geweest om de
daadwerkelijke prijsstijging in de grond-, weg-, en waterbouw volledig te
compenseren;
verzoekt de regering gedurende de kabinetsperiode geen nieuwe
inhoudingen op prijsbijstellingstranches voor het Mobiliteitsfonds en het
Deltafonds door te voeren, zodat de tekorten op de instandhoudings- en
aanlegopgaven niet nodeloos nog groter worden en deze voor Nederland
cruciale investeringsuitgaven daarmee worden beschermd.
Argumenten voor: De partij erkent dat er een zeer omvangrijke vervangings- en renovatieopgave is voor de Nederlandse infrastructuur, zoals bruggen, tunnels, spoor en keringen, waarvoor extra investeringen nodig zijn [3]. Daarnaast wil de partij extra investeringen in het openbaar vervoer om te voorkomen dat het huidige aanbod verder verschraalt [1]. Investeren in strategische voorzieningen zoals infrastructuur is een van de prioriteiten van de partij [5].
Argumenten tegen: De partij streeft naar lagere lasten en een kleinere overheid [4]. Daarnaast hanteert de partij het principe dat structurele uitgaven alleen mogen plaatsvinden als er structurele dekking voor is [2]. In de prioriteitenvolgorde van de partij staan het verlagen van de lasten en een stabiele staatsschuld bovenaan, nog boven investeringen in infrastructuur [5].
Bronnen:
"JA21 is voorstander van goed openbaar vervoer, waarbij sprake is van een goede mix van spoor, metro's en sneltrams, stads-, regionale en belbussen. Om het huidige aanbod op peil te houden is een extra investering nodig van circa 0,04 % van het BBP om verdere verschraling te voorkomen. JA21 wil dat het huidige aanbod niet verder verschraalt en staat dus voor deze extra investering in het openbaar vervoer."
"Structurele uitgaven alleen bij structurele dekking. Begroten doen we op basis van gezond verstand en met een sterk besef dat je een euro maar een keer kan uitgeven. Investeringen mogen tijdelijk leiden tot extra uitgaven, maar alleen met een duidelijk rendement of economisch nut."
"JA21 realiseert zich dat Nederland een zeer omvangrijke Vervangings- en Renovatieopgave (V\&R-opgave) van een groot deel van de infrastructuur heeft. Veel viaducten, tunnels, sluizen, bruggen, wegen, spoor en keringen bereiken de komende 10-20 jaar het einde van hun levens -duur. Duizenden objecten moeten worden vervangen of gerenoveerd. JA21 stelt vast dat structureel een extra investering nodig is van circa 0,5% van het BBP om deze V\&R-opgave te kunnen uitvoeren."
"Lagere lasten en een kleine overheid. We willen de hoge collectieve lastendruk verlagen en het aantal ambtenaren structureel terugbrengen."
"Meevallers verstandig gebruiken. We gebruiken door meevallers vrijgekomen geld niet automatisch voor incidentele politieke wensen, maar volgen een duidelij -ke prioriteitenvolgorde. Onze prioriteiten liggen bij het verlagen van de lasten, een stabiele staatsschuld, en daarna investeren in strategische voorzieningen zoals defensie, infrastructuur en energie."