De regering moet onderzoeken hoe het onderhoud van wegen, spoor en bruggen beter kan aansluiten op de toekomst. Nu wordt er vooral gekeken naar de technische staat en de leeftijd van de infrastructuur. Ook de toekomstige behoefte aan mobiliteit (hoe mensen en voertuigen zich verplaatsen) moet een rol spelen bij het maken van keuzes voor onderhoud en vervanging.
Motie van het lid Van Leijen over onderzoeken hoe de toekomstige rol van bestaande infra kan worden meegenomen bij de instandhoudingsopgave
De kamer,
constaterende dat de instandhoudingsopgave voor bruggen, sluizen,
wegen en spoor de komende jaren fors oploopt en niet alleen op korte
termijn om scherpe keuzes vraagt;
overwegende dat de prioritering van onderhoud, renovatie en vervanging
nu vooral gebaseerd is op de technische staat en de leeftijd, terwijl ook de
toekomstige mobiliteitsbehoefte relevant is;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe de toekomstige rol van
bestaande infra kan worden meegenomen bij de instandhoudingsopgave,
en de Kamer hierover te informeren in de aangekondigde brief van
september.
Argumenten voor: De partij streeft naar een infrastructuur die direct aansluit bij de behoeften van gebruikers, zoals het vergroten van de capaciteit voor automobilisten door meer asfalt en wegverbredingen [2]. Daarnaast is er een duidelijke eis voor een betere en meer betrouwbare dienstverlening binnen het spoor, waarbij treinen vaker en op tijd moeten rijden [1]. Het meenemen van toekomstige mobiliteitsbehoeften in de instandhoudingsopgave sluit aan bij deze wens om infrastructuur in te richten naar de praktische behoeften van de burger [2][1].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om tegen het meewegen van toekomstige mobiliteitsbehoeften in het onderhoud te stemmen.
Bronnen:
"Liggen er blaadjes op het spoor of sneeuwt het? Dan rijden de treinen niet. Is het te warm? Dan rijden de treinen niet. Maar ook onder 'normale' weersomstandigheden zijn er volop storingen, defecte treinen en vertragingen. En áls de treinen rijden, is het hebben van een zitplaats niet vanzelfsprekend. De Nederlandse Spoorwegen faalt. Ondertussen zijn de treinkaartjes duurder en duurder geworden! De NS moet doen wat ze moet doen: genoeg treinen met voldoende zitplaatsen op tijd laten rijden ook zeker in de spits!"
"Over de motorrijtuigenbelasting betalen automobilisten provinciale opcenten. Dit geld belandt in de provinciekas en wordt vervolgens aan van alles en nog wat besteed - ook aan dingen waar de automobilist niets aan heeft. Daarom wil de PVV dat de provinciale opcenten een doelheffing worden: dit geld moet worden uitgegeven in het belang van de automobilist - aan meer asfalt, wegverbredingen, verkeersveiligheid etc. De automobilist heeft er immers voor betaald."