De regering moet de kritische depositiewaarde niet meer leidend laten zijn bij het verlenen van vergunningen. Deze waarde bepaalt hoeveel stikstof de natuur mag ontvangen. De huidige regels rond deze waarde zorgen namelijk voor knelpunten bij het uitgeven van vergunningen.
Motie van het lid Van der Plas over de kritische depositiewaarde niet langer leidend laten zijn bij vergunningverlening
De kamer,
overwegende dat de kritische depositiewaarde niet alleen als wettelijke
resultaatsverplichting, maar ook in de vergunningverlening tot knelpunten
leidt;
verzoekt de regering om de kritische depositiewaarde niet langer leidend
te laten zijn bij de vergunningverlening.
Argumenten voor: De partij wil de vergunningverlening verbeteren door een rekenkundige ondergrens in te voeren [1] en een drempelwaarde te introduceren [2]. Daarnaast pleit de partij voor het toepassen van de best beschikbare en betaalbare techniek bij de vergunningverlening [3].
Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten om de kritische depositiewaarde als leidend principe te behouden.
Bronnen:
"De invoering van een rekenkundige ondergrens van minimaal 1 mol. Dit is een belangrijke eerste stap maar niet genoeg om de vergunningverlening volledig uit het slop te trekken."
"Invoering van een drempelwaarde. Is de tweede stap. Onder gelijktijdige geborgde emissiereductie. Bij voorkeur in een vorm waarbij het gebruik van AERIUS niet meer nodig is. Dit is van belang zowel voor de legalisering van PAS melders, interimmers en interne saldeerders (18 december uitspraak) als voor de broodnodige bedrijfsontwikkeling."
"Innovatie stimulering bij bedrijfsontwikkeling onder de drempelwaarde. Bij vergunningverlening dient de best beschikbare en betaalbare techniek te worden toegepast (doelvoorschrift). Innovatie dient gestimuleerd te worden."