De regering moet de aanpak voor randzones bij Natura 2000-gebieden (beschermde natuurgebieden) verfijnen. De huidige zonering is op sommige plekken niet effectief. Een betere aanpak helpt bij het herstel van de natuur en de waterkwaliteit. Dit maakt ook het verlenen van vergunningen makkelijker.
Motie van de leden Grinwis en Goudzwaard over uitspreken dat het wenselijk is om zones van 1.000 meter te voorkomen
De kamer,
overwegende dat een gebiedsbenadering zoals bij de Veluweaanpak grote
meerwaarde heeft, waar een aanvankelijk beoogde 1.000 meterzone is
omgewisseld naar een gebiedsaanpak inclusief een 500 meterzone;
spreekt uit dat het wenselijk is dat wordt ingezet op het voorkomen van
zones van 1.000 meter en wordt afgezien van zonering die niet effectief en
proportioneel is zoals op de Waddeneilanden en langs de Hollandse en
Zeeuwse kust;
verzoekt de regering op weg naar de definitieve selectie van randzones bij
Natura 2000-gebieden later dit jaar de aanpak te verfijnen, zodat de
zoneringsaanpak daadwerkelijk effectief en doelmatig wordt ten behoeve
van of waterkwaliteit of natuurherstel en -beheer van stikstofgevoelige
habitats en daarmee voor vergunningverlening.
Argumenten voor: De partij wil de stikstofproblematiek aanpakken om weer ruimte te creëren voor vergunningverlening [3][1]. Zij pleiten voor een gebiedsgerichte aanpak in de gebieden waar de problematiek het zwaarst speelt [1] en willen af van modelmatige berekeningen ten gunste van monitoring van de feitelijke staat van de natuur [2][4]. Daarnaast streeft de partij naar het vervangen van middelvoorschriften door afrekenbare doelen en doelsturing [5], wat aansluit bij de wens in de motie om zonering effectief en doelmatig in te zetten voor natuurherstel en vergunningverlening [2][3].
Argumenten tegen: Op basis van de beschikbare fragmenten kunnen geen argumenten worden gevonden om tegen de motie te stemmen.
Bronnen:
"Fors verminderen van de stikstofuitstoot: We gaan zorgen voor concrete, generieke stikstofreductie door te sturen op emissies waarbij alle sectoren evenredig bijdragen. Zo komt er weer ruimte voor vergunningverlening. De huidige wetgeving kent reductiedoelen voor de berekende hoeveelheid neerslag op natuurgebieden. We gaan deze KDW-doelen vervangen door sectorgebonden emissieplafonds, inclusief wettelijke tussendoelen, die optellen tot 50% geborgde emissiereductie in 2035. Daarnaast is er een gebiedsgerichte aanpak nodig voor de gebieden waar de problematiek het zwaarst speelt, zoals bij De Peel en De Veluwe, met regionale betrokkenheid noodzakelijke keuzes over aanvullende emissiereductie en extensivering. Rijk, provincies en gemeenten moeten samenwerken om te komen tot een effectieve uitvoering, onder meer met ruimtelijke ordeningsinstrumentarium, ondersteuning van nieuwe verdienmodellen, vrijwillige regelingen en gerichte inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer."
"Wet- en regelgeving werkbaar maken: Op het moment dat een structurele emissiereductie wettelijk is geborgd, zorgt de overheid voor de noodzakelijke randvoorwaarden. Zo worden PAS-melders, ondernemers die te goeder trouw hebben gehandeld maar nu zonder vergunning zitten, gelegaliseerd met bijvoorbeeld een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens. We willen per sector bekijken of een drempelwaarde mogelijk is - om te beginnen voor de bouw, die slechts tijdelijk een geringe uitstoot veroorzaakt. Er moeten weer vergunningen komen voor agrariërs om aan de slag te gaan met stikstofreducerende innovaties, waarvan het grote potentieel recent is aangetoond door onderzoek van de Wageningen Universiteit. En uiteindelijk moeten we waar mogelijk af van de eenzijdige focus op stikstof door op basis van onafhankelijke en langdurige monitoring de feitelijke staat van de natuur leidend te maken bij vergunningverlening."
"Nederland zit bovendien op een stikstofslot. Ondernemers snakken naar ruimte en duidelijkheid. Boeren zitten al te lang in onzekerheid. Recent onderzoek toont aan dat de stikstofproblematiek tot tientallen miljarden euro's aan economische schade leidt. We moeten daarom op korte termijn concrete resultaten boeken om te voorkomen dat de bouw van woningen en wegen langer stilligt en dat boeren in nog meer onzekerheid komen. Keuzes die leiden tot forse vermindering van de stikstofuitstoot en het werkbaar maken van de complexe wet- en regelgeving zijn noodzakelijk, zodat Nederland van het slot gaat. Alleen dan krijgen onze ondernemers de broodnodige ruimte om te groeien."
"De boer aan het roer: Op basis van een nationaal stikstofemissieplafond krijgen landbouwbedrijven een reductiedoelstelling met afrekenbare normen per hectare of per dier. Agrarische ondernemers worden dan niet meer afgerekend op modelmatig berekende neerslag, maar kunnen hun emissies monitoren en krijgen de ruimte om te voldoen aan een heldere doelstelling op een manier die past bij hun bedrijf. Bijvoorbeeld met extensivering, managementmaatregelen of stikstofreducerende innovaties."
"Ondernemerschap op basis van doelsturing: We willen een agrarische sector die past bij de draagkracht van de omgeving. Vervuiling en emissies willen we waar nodig dus verminderen. Daarvoor zijn middelvoorschriften, zoals verplichte oogstdata, makkelijk voor de overheid, maar die beperken ondernemerschap. We gaan de handen ineenslaan met het bedrijfsleven om over te gaan op afrekenbare doelen en metingen op bedrijfsniveau. Doelen op het gebied van bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit worden het uitgangspunt van ons bemestingsbeleid. Op het moment dat doelsturing aantoonbaar tot resultaat leidt, schaffen we middelvoorschriften af."