Andere doelen uit het stikstofpakket halen

De regering moet maatregelen over biologische landbouw en duurzaam inkopen uit het stikstofpakket halen. Deze maatregelen zijn niet nodig om het stikstofslot op te lossen. Maatregelen die niet direct over stikstof gaan, moeten apart beoordeeld kunnen worden.

Motie van het lid Keijzer over maatregelen voor bredere beleidsdoelen uit het stikstofpakket halen

De kamer, constaterende dat het stikstofpakket naast maatregelen voor stikstofreductie ook maatregelen bevat die zien op bredere beleidsdoelen, zoals biologische landbouw, ketenverantwoordelijkheid en verplicht biologisch en duurzaam inkopen; overwegende dat maatregelen die niet noodzakelijk zijn voor het oplossen van het stikstofslot afzonderlijk beoordeeld moeten kunnen worden; verzoekt de regering deze uit het stikstofpakket te halen.
1 juli | Keijzer | Verworpen: 52–98 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil verschuiven van het sturen op middelen naar het sturen op doelen [1][4]. Dit zou kunnen betekenen dat zij de voorkeur geven aan een stikstofbeleid dat zich primair richt op het behalen van emissiedoelen, zonder verplichte voorschriften voor specifieke methoden (middelen).

Argumenten tegen: De partij stelt dat beleid om de stikstofcrisis te bezweren niet eenzijdig op stikstofreductie gericht moet zijn, maar een integraal beleid moet voeren waarbij natuurherstel samenhangt met klimaat-, water- en milieubeleid [2]. Daarnaast steunt de partij de omschakeling naar biologische landbouw en het streven naar een sluitend kringloopsysteem [3][5].

Bronnen:

  1. "De stikstofuitstoot wordt de komende tien jaar gehalveerd ten opzichte van 2019, zowel de uitstoot van stikstofoxiden in de mobiliteit en industrie als ammoniakuitstoot in de landbouw. Alle sectoren dragen naar rato bij. We stappen af van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt en richten ons op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot. Ondernemers en dus ook boeren benaderen we vanuit vertrouwen in hun vakmanschap. Daarom stappen we zo veel mogelijk over van sturen op middelen naar sturen op doelen. Elk boerenbedrijf krijgt een bindend bedrijfsspecifiek doel dat is afgeleid van de landelijke opgave en sectorale emissieplafonds. Er komt daarmee veel minder nadruk in het beleid op opkoop van boerenbedrijven. De nadruk op emissie- en doelsturing is effectiever, zorgt ervoor dat er minder boerenbedrijven verdwijnen en vergt ook minder belastinggeld. Immers, met managementmaatregelen, slimme innovaties en een gunstige extensiveringsregeling in kwetsbare gebieden, zodat een bedrijf met minder vee uit kan, is aanzienlijke ammoniakreductie mogelijk. Er komt een agrarische hoofdstructuur, waar ruimte blijft voor hoogproductieve landbouw, en overgangszones rond natuurgebieden, waarin sprake is van extensivering van veehouderij en landgebruik. Grondgebondenheid in de melkveehouderij is een randvoorwaarde en gaan we na decennia van discussie eindelijk wettelijk vastleggen."
  2. "Soms lijkt het alsof stikstof het enige probleem is voor de natuur. Dat is niet zo. Beleid om Nederland van het slot te krijgen, moet zich daarom niet eenzijdig richten op stikstofreductie maar integraal op natuurherstel en -ontwikkeling in samenhang met klimaat-, water- en milieubeleid. Zoals een nieuwe rentmeester zorgt voor hetgeen hem is toevertrouwd. Zie hierover verder paragraaf 6.2 'Gezonde natuur'."
  3. "Bij alles wat we doen om uit het stikstofmoeras te komen is 'borgen van de aanpak' het sleutelwoord. Dit houdt in dat op voorhand duidelijk moet zijn dat beleid en maatregelen leiden tot een zekere reductie van schadelijke emissies, en daarmee bijdraagt aan natuurherstel. Dat is noodzakelijk om voorbij het additionaliteitsvereiste te komen. Pas dan komt vergunningverlening weer op gang en houden afgegeven vergunningen stand voor de rechter. Dat is dan ook de reden dat bij doelsturing op het boerenerf er altijd een stok achter de deur zal moeten staan, zodat de emissiereductie op voorhand geborgd is. Daarbij is het niet de bedoeling daadwerkelijk dierrechten te schrappen, wel om er zeker van te zijn dat er minder stikstof wordt uitgestoten en vergunningen weer kunnen worden verleend. Als een boerenbedrijf in alle redelijkheid te weinig doet om onder zijn emissieplafond uit te komen, dan is op dat moment minder dieren houden de consequentie. Daartegenover staat dat er 5 miljard euro extra uitgetrokken wordt om boeren te helpen bij doelsturing, extensivering, omschakeling naar biologische landbouw, agrarisch natuurbeheer en natuurherstel."
  4. "Boeren moeten weer kunnen ondernemen. Er komt daarom zoveel mogelijk doelsturing in plaats van middelvoorschriften. Om de boer in zijn kracht te zetten, worden abstracte, landelijke doelen bedrijfsspecifiek gemaakt. De overheid werkt vanuit vertrouwen in het vakmanschap van de boer, en ondersteunt waar nodig. In plaats van bijvoorbeeld kalenderlandbouw, waarbij boeren op zandgrond verplicht zijn hun aardappels vóór 1 oktober te oogsten terwijl die nog niet volgroeid zijn, krijgt de boer zelf de ruimte om keuzes te maken die passen binnen de gestelde emissienormen. Het huidige stikstofbeleid is te veel gericht op de neerslag (depositie) van stikstof. Dit levert schijnzekerheid en complexe techniek op zoals het Aerius-model. Daar willen we van af. Om ondernemers aan de slag te laten gaan met stikstofreductie wordt er gestuurd op emissies. Duurzaamheidsdashboards zoals de Kringloopwijzer in de melkveehouderij en benchmarkingsinitiatieven in onder andere de akkerbouwsector worden verder uitgerold. Aan dergelijke instrumenten worden eerst beloningen en op termijn heffingen of sancties verbonden. We steunen jonge boeren en zij-instromers door bedrijfsovername makkelijker te maken, bijvoorbeeld met garantieregelingen. Kortlopende, vrije pacht wordt ontmoedigd en langlopende, loopbaanbestendige pacht gestimuleerd. De overheid helpt boeren die willen extensiveren actief aan de benodigde grond via de Nationale Grondbank."
  5. "De komende tien jaar werken we toe naar een melkveesector in balans met de omgeving. Daarom komt er een onderbouwde norm voor de verhouding tussen productie en bijbehorende grond per bedrijf. Dit kan op verschillende manieren worden ingevuld, waarbij grasland behouden blijft en de samenwerking tussen veehouders en akkerbouwers wordt bevorderd. Door het schrappen van de derogatie blijven Nederlandse boeren met enorme mestoverschotten zitten. Om deze te dempen, streven we voor alle diersectoren naar een beter sluitend kringloopsysteem van mest, gewas, voer, voedsel en restproducten. Dat houdt ook in dat we veel minder veevoer uit bijvoorbeeld Zuid-Amerika gaan importeren. De kalverhouderij wordt in balans gebracht met de melkveehouderij en de import van kalveren wordt ingeperkt. Het verbod op nieuwe geitenstallen blijft van kracht gedurende"