Vastgoedbelasting apart regelen

De regering moet het realisatieregime voor vastgoed gereed houden als zelfstandig wetsvoorstel. Dit plan regelt de belasting bij de verkoop van woningen. Zo wordt voorkomen dat huurwoningen gedwongen verkocht moeten worden als de Wet werkelijk rendement box 3 niet wordt aangenomen door de Eerste Kamer.

Motie van het lid Hoogeveen over het realisatieregime eventueel als zelfstandig wetsvoorstel indienen

De kamer, constaterende dat het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 bij de Eerste Kamer ligt en doorgang niet zeker is; constaterende dat dit wetsvoorstel de vermogenswinstbelasting voor onroerende zaken al volledig heeft vormgegeven en dat de Belastingdienst hiervoor grotendeels over de gegevens beschikt; overwegende dat de bezwaren bij deze wet zich richten op de vermogensaanwasbelasting en niet op dit realisatieregime voor vastgoed; overwegende dat dit realisatieregime zelfstandig verdedigbaar is, gedwongen verkoop van huurwoningen tegengaat en al klaarligt; verzoekt de regering dit realisatieregime gereed te houden zodat het, mocht de Wwr geen doorgang vinden, op korte termijn als zelfstandig wetsvoorstel kan worden ingediend.
2 juli | JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil de belastingdruk in box 3, en met name voor vastgoed, verlagen [1][2]. Daarnaast wil de partij het verhuren van woningen, zoals studentenhuizen, aantrekkelijk houden [3]. De motie stelt dat het voorgestelde realisatieregime gedwongen verkoop van huurwoningen tegengaat, wat aansluit bij het belang van de partij om het verhuuraanbod te beschermen [2][3].

Argumenten tegen: De partij streeft naar een verlaging van de belastingdruk op verhuurd vastgoed in box 3 [2][1]. Als het realisatieregime in de praktijk leidt tot een hogere belastingdruk voor vastgoedbezitters, zou dit in strijd zijn met de wens van de partij om de lasten voor deze groep te verlagen [1].

Bronnen:

  1. "In het huidige belastingstelsel wordt inkomen uit arbeid relatief zwaar belast. We willen toe naar een belastingstelsel dat inkomen uit arbeid en de daadwerkelijke inkomsten uit vermogen zoveel als mogelijk op dezelfde manier belast. De hoge lastendruk op arbeid verlagen we flink. Daartegenover staat dat we verschillende vormen van vermogen die nu niet of nauwelijks belast worden, beter in de heffingen betrekken. De hypotheekrenteaftrek schaffen we geleidelijk af. In het licht van de grote investeringen die nodig zijn in defensie, vragen we van de grootste vermogens een extra bijdrage met een vermogensbelasting van 1% op vermogens boven de 1 miljoen euro. Vermogenscomponenten waarbij een dergelijke heffing niet geƫigend is, zoals financieel laagrenderende activa met een hoog maatschappelijk rendement, worden in de vormgeving ontzien. We verlagen de huidige belasting in box 3, met name voor vastgoed."
  2. "Een vast huurcontract blijft de norm. Huurders moeten weten waar ze aan toe zijn. De huurtoeslag wordt omgezet in een huursubsidie, gebaseerd op het inkomen van twee jaar geleden, zodat er geen risico meer is op naheffingen en schulden (voorzien van een vangnet om mensen in schrijnende situaties goed te helpen). We willen dat ook bewoners van studentenkamers toegang krijgen tot deze subsidie. De huren moeten minder hard stijgen dan in voorgaande jaren, door ze niet meer te koppelen aan loonstijgingen maar aan de gemiddelde prijsontwikkeling over meerdere jaren. De Wet betaalbare huur blijft bestaan. Gemeenten worden gestimuleerd om huurteams op te zetten. Daar kunnen huurders terecht met vragen of wanneer ze vermoeden te veel huur te betalen. Particuliere verhuurders komen we tegemoet door de belastingdruk op verhuurd vastgoed in box 3 te verlagen."
  3. "We bouwen studentenkamers zodat studenten in de stad kunnen wonen waar ze studeren en hun sociale leven opbouwen. We maken hospitaverhuur weer aantrekkelijk, onder andere door huurbescherming bij hospitaverhuur te laten gelden zolang de huurder studeert. Door de belastingdruk op verhuurd vastgoed in box 3 te verlagen, wordt het verhuren van studentenhuizen voor particuliere eigenaren weer aantrekkelijk."