Veiligheid van militairen boven politiek

De regering moet bij de aanschaf van nieuwe militaire uitrusting kiezen voor de beste en snelste spullen. De veiligheid van militairen en de noodzaak van een opdracht zijn belangrijker dan politieke voorkeuren. Zo blijven Nederlandse militairen goed beschermd en de nationale veiligheid gegarandeerd.

Motie van het lid Nanninga over operationele noodzaak, snelheid, beschikbaarheid en bescherming van militairen prioriteren bij materieelkeuzes

De kamer, constaterende dat Nederlandse militairen moeten kunnen beschikken over het beste, snelst beschikbare en meest effectieve materieel, zowel voor hun persoonlijke veiligheid als de Nederlandse nationale veiligheid; overwegende dat operationele noodzaak, bescherming van militairen, snelheid van levering, beschikbaarheid, interoperabiliteit en bewezen effectiviteit leidend moeten zijn bij materieelverwerving; overwegende dat politieke of ideologische voorkeuren nooit zwaarder mogen wegen dan de veiligheid van onze militairen en de slagkracht van onze krijgsmacht; verzoekt de regering om bij materieelkeuzes operationele noodzaak, snelheid, beschikbaarheid en bescherming van militairen te prioriteren ten opzichte van eventuele politieke of ideologische voorkeurscriteria.
2 juli | JA21 | Verworpen: 71–79 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: tegen (onzeker, 60%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een krijgsmacht met een goede basisgereedheid die in staat is om gevechtstaken uit te voeren [1]. Hiervoor is investering in hoogtechnologische capaciteiten, luchtverdediging en veilige communicatie noodzakelijk [1], wat aansluit bij de wens om effectief materieel te hebben voor de nationale veiligheid.

Argumenten tegen: De partij benadrukt dat defensie onderdeel moet zijn van een integraal veiligheidsbeleid waarbij voldoende politieke controle gewaarborgd is [2]. Daarnaast stelt de partij dat de inzet van bepaalde wapensystemen, zoals autonome wapens, grote morele vragen oproept die internationale regulering vereisen [3].

Bronnen:

  1. "De basisgereedheid van onze krijgsmacht moet op orde zijn, zodat de krijgsmacht aan de hoofdtaken kan blijven voldoen. Daarbij moet prioriteit liggen bij het verdedigen van het grond gebied van Nederland en bondgenoten. Verder moet de krijgsmacht in staat blijven nationale bijstand te verlenen bij rampen en crises (zoals langdurige stroomuitval of watersnood). Ook investeren we in luchtverdediging en veilige communicatie, en zorgen we ervoor dat eenheden van de krijgsmacht in staat zijn gevechtstaken uit te voeren en zich hierop voor te bereiden. Daarnaast zet Nederland in op hoogtechnologische capaciteiten, om te kunnen optreden tegen dreigingen vanuit het cyberdomein en hybride dreigingen. Hiermee beschikt onze krijgsmacht over unieke capaciteiten die het verschil maken bij bondgenootschappelijk optreden."
  2. "De Russische inval in de Oekraïne heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend is. Vrijheid kan niet zonder bescherming. De krijgsmacht heeft een duidelijke taak bij het bewaken van die vrijheid, door het grondgebied van Nederland en onze bondgenoten te beschermen en door het bevorderen van de internationale rechtsorde. De nieuwe NAVO-norm vraagt veel van de Nederlandse schatkist, defensieorganisatie en defensie-industrie, maar is noodzakelijk om onze vrijheden te kunnen verdedigen. Onze inzet van de krijgsmacht is onderdeel van een doordachte integrale benadering, in afstemming met de inzet van diplomatie, internationale- en ontwikkelingssamenwerking. Juist omdat het bij defensie om een ultiem machtsmiddel gaat, namelijk de inzet van wapens en militairen, is het belangrijk dat defensie onderdeel is van een integraal veiligheidsbeleid met voldoende politieke controle."
  3. "Veiligheid wordt niet slechts bereikt met militaire middelen. Internationale inzet van de krijgsmacht is onderdeel van een doordachte integrale benadering, in nauwe samenwerking met de inzet van diplomatie, ontwikkelingssamenwerking en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht op een lange termijn commitment, (weder) opbouw, conflictpreventie en civiel-militaire samenwerking. Dit is een extra reden voor ontwikkelingssamenwerking en daarom keren we terug naar de internationale norm om hier 0,7% van het bruto nationaal inkomen aan uit te geven. We zien in gewapende conflicten steeds vaker inzet van (deels) autonome wapensystemen. Dat stelt ons voor grote morele vragen. We willen internationale regulering met betrekking tot de vraag of en onder welke voorwaarden autonome wapensystemen kunnen worden ontwikkeld en ingezet."