Minder afhankelijk van China voor defensie

De regering moet bij defensie-inkopen alleen Nederlandse en Europese producenten kiezen. Nu worden er nog Chinese supervezels (sterke materialen voor bescherming) gebruikt, terwijl Nederland dit zelf ook kan maken. De afhankelijkheid van China is onwenselijk voor de eigen veiligheid en de strategische zelfstandigheid van Europa.

Motie van de leden Keijzer en Nanninga over bij defensie-inkopen uitsluitend inzetten op Nederlandse en Europese producenten

De kamer, constaterende dat Nederland beschikt over de gehele waardeketen voor ballistische en blastbeschermende middelen, van grondstof tot eindproduct; constaterende dat Defensie desondanks via bestaande contracten gebruikmaakt van Chinese supervezels, terwijl Nederlandse capaciteit onderbenut blijft; overwegende dat afhankelijkheid van China voor kritieke defensietoepassingen onwenselijk is en indruist tegen het streven naar strategische autonomie; verzoekt de regering: • bij defensie-inkopen uitsluitend in te zetten op Nederlandse en Europese producenten; • aan te sluiten bij de noodzaak de Nederlandse defensie- en civielmilitaire industrie te versterken en te internationaliseren, teneinde Nederland de primaire toeleverancier te maken van supervezels voor Europese defensietoepassingen; • binnen bestaande contracten te sturen op het uitfaseren van Chinese supervezels en benutting van Nederlandse capaciteit.
2 juli | Keijzer, JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een Europees voorkeursprincipe bij publieke aanbestedingen voor strategische sectoren en onderzoekt of er bij inkoop voorrang kan worden gegeven aan Europese bedrijven [5]. Zij willen een onafhankelijke Europese defensie-industrie opbouwen door middel van gezamenlijke ontwikkeling en inkoop van wapensystemen [4]. Daarnaast wil de partij de afhankelijkheid van landen als China voor cruciale goederen en grondstoffen verminderen [1][2][6] en de afhankelijkheid van autoritaire regimes beperken [7]. Ook wil de partij investeren in een onafhankelijke, moderne defensie-industrie in samenwerking met Europese partners [3].

Argumenten tegen:

Bronnen:

  1. "Strategische autonomie. Om onze welvaart te behouden, moeten we als Europa minder afhankelijk worden van landen als China voor onze grondstoffen. Nederland zet zich in Europa in voor een grondstoffenstrategie en bekijkt hoe we edelmetalen op een duurzame manier zelf kunnen delven."
  2. "Meer strategische autonomie. De EU is voor te veel goederen te afhankelijk van externe partners. Daarom zorgen we voor meer diverse toeleveringsketens, gaan we efficiënter om met energie en grondstoffen en produceren we meer cruciale goederen zelf. We delven en verwerken grondstoffen in Europa met respect voor mensenrechten en bescherming van natuur en biodiversiteit. We investeren daarnaast in onze concurrentiepositie en onafhankelijkheid via technologie en onderzoek."
  3. "Veiligheid vereist publieke sturing. Onze veiligheid is te belangrijk om alleen aan de markt over te laten. We investeren in een onafhankelijkere, moderne defensie-industrie in samenwerking met Europese partners met wie we gezamenlijk inkopen en ontwikkelen. We specialiseren in onze sterke sectoren. Voor Nederland betekent dit investeringen in maritieme en logistieke capaciteiten en de drone-, sensor-, cyber- en ruimtevaarttechnologie. Strategisch relevante defensiebedrijven komen deels in publieke handen via staatsdeelnemingen. We gaan zo prijsopdrijving en overwinsten tegen zodat gemeenschapsgeld bijdraagt aan collectieve veiligheid en niet eindigt in de portemonnee van wapenspeculanten."
  4. "Europese defensiesamenwerking. Defensie moet een gedeelde EUcompetentie worden; besluiten over inzet van de krijgsmacht blijven echter een nationale bevoegdheid. Integratie van de krijgsmachten zetten we voort. We bouwen een onafhankelijke Europese defensie-industrie via de gezamenlijke ontwikkeling en inkoop van wapensystemen, diensten en infrastructuur. We beschermen onszelf en onze infrastructuur tegen cyberaanvallen, desinformatie, spionage en sabotage. We bouwen onze afhankelijkheid van de VS af en plaatsen geen orders meer bij de Israëlische defensie-industrie. Vooruitlopend op toekomstig EU-lidmaatschap kan de EU Oekraïne al integreren via een Veiligheidspact op het gebied van veiligheid en defensie."
  5. "Made in Europe. We kiezen voor een groene en eerlijke economie waarin meer producten in Europa worden gemaakt. Hiermee worden we minder afhankelijk van vervuilende import en krijgen we meer grip op arbeidsrechten en het milieu, en vergroten we onze strategische autonomie. Daarom moet er voor strategische sectoren en technologieën een Europees voorkeursprincipe gaan komen in publieke aanbestedingsregels. Ook op nationaal niveau gaan we onderzoeken of we bij inkoop- en aanbestedingen voorrang kunnen geven aan Europese bedrijven."
  6. "Digitale autonomie en industriepolitiek in Europa. Nederland kent veel innovatieve ICT-bedrijven, maar is toch afhankelijk van Amerikaanse en Chinese leveranciers. Samen met Europese partners maken we haast met het bouwen van Europese alternatieven en het stallen van data op Europees grondgebied en zorgen we dat het uitsluitend onder Europees recht valt. Zo maken we de hele overheid minder afhankelijk van landen buiten de Europese Economische Ruimte en bergen we overheidsinformatie veiliger op. Om dit meer kracht bij te zetten investeren we in de Rijkscloud. Voor het stellen van prioriteiten in het bouwen aan digitale autonomie, kiezen we een risico-gedreven aanpak, waarbij we de gehele technologiestack in samenhang benaderen. We ondersteunen initiatieven voor Europese chipfabrieken en sturen bij de Europese Commissie aan op publieke garanties, zoals bij het InvestEU-programma. In Nederland omarmen we het ecosysteem van innovatieve mkb'ers en stimuleren start-ups in de tech-sector. De Rijksoverheid geeft als grootste IT-afnemer van het land de voorkeur aan Europese digitale diensten. Dat leidt tot hoogwaardige werkgelegenheid en versterkt de economie."
  7. "Europese industriepolitiek gebaseerd op maatschappelijke behoefte. Een Europese industriepolitiek betekent niet alleen dat Europa minder afhankelijk moet zijn van autoritaire regimes. Het betekent ook dat we de vraag stellen: welke industrieën zijn maatschappelijk écht noodzakelijk en hoe kunnen we deze zo snel mogelijk verduurzamen? Wij willen dat de EU een inventarisatie maakt van welke producten en processen essentieel zijn voor de samenleving zoals de productie van staal voor windmolens, treinen of essentiële chemische stoffen. Deze inventarisatie moet democratisch tot stand komen, met inbreng van vakbonden, milieuorganisaties, wetenschappers en lokale gemeenschappen, in plaats van door industriële lobby's en kapitaaleigenaren. De Europese Unie stuurt de verduurzaming van deze industrie via openbare aanbestedingen op lange termijn. Bedrijven en landen die het duurzaamst en meest efficiënt produceren krijgen voorrang. Grote vervuilers die internationaal niet concurrerend blijken, worden stapsgewijs afgebouwd, met een rechtvaardige transitie en nieuwe kansen voor werknemers. Zo bouwen we aan een Europese industriepolitiek die de klimaatcrisis aanpakt en de belangen van mensen en milieu boven winst stelt."