Betere zorg voor ernstig zieke kinderen

De regering moet het onderzoek naar de financiering van medische kindzorg versnellen en een toekomstvisie maken. De zorg voor ernstig zieke kinderen met een beperking komt nu in gevaar door problemen met geld en huisvesting. Dit heeft grote gevolgen voor het hele gezin. Daarom moet medische kindzorg een apart specialisme worden.

Motie van het lid Westerveld c.s. over het kostenonderzoek naar de bekostiging van medische kindzorg versnellen

De kamer, constaterende dat de continuïteit van de integrale medische kindzorg onder druk staat en dat knelpunten in de bekostiging, huisvesting en organisatie de ontwikkeling van kleinschalige aanbieders voor kinderen met een zeer complexe zorgvraag belemmeren; overwegende dat hierdoor de zorg aan kinderen die ernstig ziek zijn of een meervoudige beperking hebben ernstig in de knel komt, en dit enorme gevolgen heeft voor het hele gezin; verzoekt de regering om in overleg met de NZa het kostenonderzoek naar de bekostiging van medische kindzorg te versnellen; verzoekt de regering ook om met direct belanghebbenden en professionals een toekomstvisie te maken voor de integrale medische kindzorg, waarin de randvoorwaarden voor kleinschalige aanbieders, waaronder het aantrekken van goed geschoold personeel, passende huisvesting en de inzet van maatschappelijk vastgoed, expliciet worden meegenomen, en de medische kindzorg te erkennen als afzonderlijk specialistisch beleidsveld.
2 juli | CU, SP | Aangenomen: 150–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een betere beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp, zodat jongeren met zware zorgvragen sneller geholpen worden [4]. Daarnaast wordt gepleit voor nauwe samenwerking tussen verschillende zorg- en ondersteuningsstromen en gecombineerde financiering [1]. De partij vindt bovendien dat de overheid moet zorgen voor een samenhangende visie en beleid waarin het gezin centraal staat [2] en dat er gewerkt moet worden aan een hervormingsagenda om de zorg te verbeteren [3].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die tegen de in de motie gevraagde acties ingaan.

Bronnen:

  1. "Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
  2. "Gezinnen moeten voorop staan, maar worden te vaak vergeten in de visie en het beleid van de overheid. Terwijl het gezin en familie de plek is waar kinderen opgroeien en familieleden op elkaar terugvallen als iemand hulp nodig heeft. De overheid moet families en gezinnen waarderen in plaats van al het beleid op de mens als individu te richten. Dit begint met samenhang in de visie en beleid op wat de eerste leefomgeving is voor de meeste mensen. Er wordt beleid gemaakt om de positie van families te ondersteunen, bijvoorbeeld financieel. Ook wordt de positie en bescherming van het gezin verankerd in de Grondwet. Een minister wordt weer expliciet verantwoordelijk voor het realiseren van samenhangend gezinsbeleid. Er komt een jaarlijkse 'Staat van het gezin' waarin wordt gemonitord hoe gebruik wordt gemaakt van kind- en verlofregelingen, kinderopvang, het aanbod van GGD, Jeugdgezondheidszorg en lokale teams."
  3. "De hervormingsagenda, die samen met het veld is opgesteld en breed gesteund wordt, is leidend voor het verbeteren van de jeugdzorg. Dit betekent sterke lokale teams, die de ruimte hebben om lokale steunstructuren te versterken en zinloze zorg terug te dringen. Ook vraagt dit investeren in de sociale basis, samenwerking met het onderwijs en duidelijke keuzes welke behandelingen wel en niet onder de Jeugdwet vallen."
  4. "We organiseren de jeugdhulp beter door slimmere regionale (en waar nodig landelijke) inkoop en minder papierwerk. Daardoor wordt juist de specialistische jeugdhulp beter beschikbaar, zodat jongeren met bijvoorbeeld suïcidale gedachten, trauma of een eetstoornis sneller geholpen worden. Gemeenten krijgen structureel voldoende financiële middelen krijgen voor passende inzet van jeugdhulp. Daarbij wordt heroverwogen of de huisarts en de jeugdbescherming zonder overleg met de gemeente jeugdzorg kunnen inzetten. De ChristenUnie is tegen de invoering van een eigen bijdrage in de jeugdzorg."