De regering moet het onderzoek naar de financiering van medische kindzorg versnellen en een toekomstvisie maken. De zorg voor ernstig zieke kinderen met een beperking komt nu in gevaar door problemen met geld en huisvesting. Dit heeft grote gevolgen voor het hele gezin. Daarom moet medische kindzorg een apart specialisme worden.
Motie van het lid Westerveld c.s. over het kostenonderzoek naar de bekostiging van medische kindzorg versnellen
De kamer,
constaterende dat de continuïteit van de integrale medische kindzorg
onder druk staat en dat knelpunten in de bekostiging, huisvesting en
organisatie de ontwikkeling van kleinschalige aanbieders voor kinderen
met een zeer complexe zorgvraag belemmeren;
overwegende dat hierdoor de zorg aan kinderen die ernstig ziek zijn of een
meervoudige beperking hebben ernstig in de knel komt, en dit enorme
gevolgen heeft voor het hele gezin;
verzoekt de regering om in overleg met de NZa het kostenonderzoek naar
de bekostiging van medische kindzorg te versnellen;
verzoekt de regering ook om met direct belanghebbenden en professionals een toekomstvisie te maken voor de integrale medische kindzorg,
waarin de randvoorwaarden voor kleinschalige aanbieders, waaronder het
aantrekken van goed geschoold personeel, passende huisvesting en de
inzet van maatschappelijk vastgoed, expliciet worden meegenomen, en de
medische kindzorg te erkennen als afzonderlijk specialistisch beleidsveld.
Argumenten voor: De partij stelt dat gemeenten voldoende middelen moeten krijgen om goede jeugdhulp te bieden, waarbij wordt erkend dat de zorg steeds complexer wordt [1][2]. Er is een sterke focus op het investeren in zorgverleners door betere arbeidsvoorwaarden en scholing om de sector aantrekkelijk te maken [3]. Daarnaast spreekt de partij zich uit voor het bieden van maatwerk om in te spelen op persoonlijke zorgbehoeften [4] en het investeren in de leefomgeving en huisvesting van kwetsbare kinderen [6]. Ook het waarborgen van toegang tot zorg, zelfs wanneer de effectiviteit van een behandeling nog wordt onderzocht, is een punt van aandacht [5].
Argumenten tegen: De verstrekte fragmenten bevatten geen argumenten om tegen de motie te stemmen.
Bronnen:
"De jeugdzorg is na de decentralisatie naar gemeentes achteruitgegaan. De kosten voor jeugdzorg zijn sterk gestegen omdat er meer en meer complexe zorg wordt ingezet en het aantal jeugdigen in de zorg toeneemt. Gemeenten krijgen daarom voldoende geld om goede jeugdzorg aan te bieden. Tegelijk is het nodig om meer in te zetten op preventie en ondersteuning van het gezin en op school. Voor kinderen in de pleegzorg is een stabiele en liefdevolle omgeving van essentieel belang om goed op te groeien, liefst bij pleegouders en anders in een gezinshuis. Helaas staat de pleegzorg onder grote druk: de werkdruk voor medewerkers is heel hoog en daardoor is het verloop groot."
"Kinderen, gezinnen en scholen krijgen op een eerder moment ondersteuning om erger te voorkomen. Hiervoor komt extra geld beschikbaar. Verschillen tussen gemeenten in aanbod en kwaliteit van jeugdhulp zijn onaanvaardbaar. We zorgen dat elke gemeente voldoende middelen heeft voor een goed en gelijkwaardig georganiseerde lokale en bovenregionale jeugdzorg. De leeftijdsgrens gaat naar 21 jaar en de jeugdhulp wordt vanaf 18 jaar geleidelijk afgebouwd. Zorg wordt lokaal aangeboden waar dat kan en (boven)regionaal waar dat moet."
"We investeren flink in zorgverleners door ruimte voor (bij)scholing, goede arbeidsvoorwaarden en een salaris waar goed van rond te komen is. De loonkloof van helpenden en verzorgenden ten opzichte van werk in andere sectoren wordt gedicht. Daarnaast krijgen zorgmedewerkers meer te zeggen over de inhoud van hun werk en werkroosters. Zo wordt het ook voor jongeren aantrekkelijker om een baan in de zorg te kiezen én er daadwerkelijk te blijven. Medisch specialisten komen in loondienst."
"Er komen meer mogelijkheden om te voorzien in persoonlijke zorg- en onderwijsbehoeften door te experimenteren met maatwerk, en met een samenwerking tussen jeugdzorg en gespecialiseerd onderwijs. Dit gebeurt in overleg met leerlingen en ouders."
"Het Zorginstituut Nederland toetst alle zorg dat uit het basispakket vergoed wordt. Voor sommige aandoeningen is er meer tijd nodig om kennis en bewijs over de behandelingen te vergaren. Patiënten in zulke situaties hebben vaak geen alternatief dan een behandeling die nog niet volledig getoetst is. Ook deze behandelingen moeten vanuit het basispakket vergoed worden, zodat iedereen toegang tot een behandeling heeft."
"De coronacrisis heeft pijnlijk duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar we zijn als mens in een ongezond systeem. Een goede omgang met dieren en de natuur is letterlijk van levensbelang gebleken, en de dreiging van een nieuwe pandemie is nog altijd aanwezig. Tegelijkertijd overschrijden we de grenzen van de planeet, wat directe gevolgen heeft voor onze gezondheid. Door klimaatverandering komt hittestress vaker voor en groeit het aantal mensen met hart- en vaatziekten. Juist mensen met de laagste inkomens worden daarbij het eerst en het zwaarst getroffen. Het is ook niet rechtvaardig dat iemands gezondheid afhangt van de wijk of omstandigheden waarin iemand opgroeit, zeker als diegene daar zelf nauwelijks invloed op heeft. Chronische stress leidt vaker tot diabetes, longaandoeningen en hart- en vaatziekten. Armoede is letterlijk ziekmakend, zeker bij kinderen. Kinderen die opgroeien in een kwetsbare sociaaleconomische positie lopen vanaf jonge leeftijd meer risico op gezondheidsproblemen, ontwikkelingsachterstanden en een kortere levensverwachting. Als we dit willen veranderen, moeten we ongelijk durven investeren. We zetten vol in op de meest kwetsbare groepen, zoals kinderen, en investeren in onderwijs, in huisvesting, in inkomen en in een groene, veilige en gezonde leefomgeving."