De regering moet het wetsvoorstel eerst laten toetsen door een planbureau op de economische gevolgen. Het wetsvoorstel kan de economische groei namelijk schaden. Dit kan gebeuren door extra regels, meer onzekerheid of minder geld voor start-ups (nieuwe bedrijven).
Motie van het lid Kisteman over het wetsvoorstel laten toetsen op de brede economische gevolgen, alvorens de wetsbehandeling voort te zetten
De kamer,
overwegende dat het wetsvoorstel gevolgen kan hebben op economische
groei, bijvoorbeeld vanwege een toename in de regeldruk, een stijging
van de rechtsonzekerheid en omdat voor start-ups potentieel een
financieringsmogelijkheid wordt ontnomen;
overwegende dat inzicht in de consequenties van een wetsvoorstel
onderdeel uitmaakt van een gedegen besluitvormingsproces;
verzoekt de regering het wetsvoorstel door een onderzoeks- of planbureau
te laten toetsen op de brede economische gevolgen, alvorens de
wetsbehandeling voort te zetten.
Argumenten voor: De partij streeft naar een politiek die gericht is op de langetermijnvisie en het grotere plaatje [5]. Zij bekritiseren de huidige doorrekeningssystematiek omdat deze te beperkt is door bestaande beleidskaders, juridische beperkingen en vergunningen [3][4]. In plaats daarvan willen zij een 'grosso modo' berekening door een planbureau om de welvaartseffecten van een nieuwe koers op termijn te kunnen bepalen [1], waarbij de financiële implicaties van grote plannen duidelijk moeten zijn voor de kiezer [2].
Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten om tegen een brede economische toetsing te stemmen.
Bronnen:
"Een nieuwe regering kan immers wel degelijk stárten met zulk beleid. Een andere richting inslaan. De koers verleggen. Omdat de stip aan de horizon helder is. En een grosso modo berekening van een daartoe uitgerust planbureau heeft laten zien dat dit op termijn onnoemelijk veel welvaart zou opleveren."
"Want hoewel het op zichzelf natuurlijk klopt, dat je het gehele klimaatbeleid - dat in vele jaren is opgebouwd, dat ten uitvoer wordt gebracht door vele bestuurslagen en verdeeld wordt over vele instanties die daarbij gebruik maken van talloze (inter)nationale subsidies en publiek-private 'investeringsfondsen' - niet zomaar in één regeerperiode, met een enkele pennenstreek, kunt afschaffen (en je in onze parlementaire democratie überhaupt slechts langzaam grote veranderingen kunt doorvoeren), vinden wij dat de financiële implicaties van dergelijke 'grote plannen' juist wél aan de kiezer zouden moeten worden voorgelegd."
"Met de huidige doorrekeningssystematiek is echter iets grondig mis. Want het Centraal Planbureau wil enkel voorstellen in overweging nemen die binnen de huidige beleidskaders vallen. Voorstellen die daadwerkelijk binnen een regeerperiode gerealiseerd kunnen worden als je uitgaat van de huidige juridische beperkingen, de internationale afspraken en de bestaande vergunningen, licenties, enzovoorts."
"Deze inkadering maakt het onmogelijk om een visie voor de lange termijn aan het CPB voor te leggen. Ons parlementaire systeem wordt immers gekenmerkt door lange lijnen, trage aanpassingsprocedures en eindeloze beroepstermijnen. Verleende vergunningen, vergunde aanbestedingen, gesloten verdragen: je bent er niet zomaar vanaf. Daardoor blijkt een 'doorrekening' met een tijdsbestek van slechts vier jaar vooral een sta-in-de-weg om een heldere toekomstvisie te kunnen presenteren."
"Opnieuw: alle begrip dat zoiets wellicht niet tot op de komma nauwkeurig te becijferen valt. Maar dit grotere plaatje is wat ons betreft wél waarover verkiezingen zouden moeten gaan."