De regering moet het wetsvoorstel eerst laten toetsen door een planbureau op de economische gevolgen. Het wetsvoorstel kan de economische groei namelijk schaden. Dit kan gebeuren door extra regels, meer onzekerheid of minder geld voor start-ups (nieuwe bedrijven).
Motie van het lid Kisteman over het wetsvoorstel laten toetsen op de brede economische gevolgen, alvorens de wetsbehandeling voort te zetten
De kamer,
overwegende dat het wetsvoorstel gevolgen kan hebben op economische
groei, bijvoorbeeld vanwege een toename in de regeldruk, een stijging
van de rechtsonzekerheid en omdat voor start-ups potentieel een
financieringsmogelijkheid wordt ontnomen;
overwegende dat inzicht in de consequenties van een wetsvoorstel
onderdeel uitmaakt van een gedegen besluitvormingsproces;
verzoekt de regering het wetsvoorstel door een onderzoeks- of planbureau
te laten toetsen op de brede economische gevolgen, alvorens de
wetsbehandeling voort te zetten.
Argumenten voor: De partij wil dat brede welvaart de leidende maatstaf wordt in het beleid in plaats van het Bruto Binnenlands Product [1]. Daarnaast vindt de partij een visie vanuit de overheid op de toekomstige economie onmisbaar [2] en streeft zij naar een economie die binnen de grenzen van de planeet past [3].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen directe argumenten tegen het uitvoeren van een dergelijke toetsing.
Bronnen:
"In plaats van het Bruto Binnenlands Product (BBP) maken we de Monitor Brede Welvaart leidend in beleid. De overheid stopt met rapporteren van economische groei. We voeren een verplichte generatietoets in om te garanderen dat overheidsbeleid ook rechtvaardig is voor toekomstige generaties. Nederland wordt zo snel mogelijk lid van het Wellbeing Economy Governments partnership."
"We kiezen voor een economie die werkt vóór dier, mens en planeet, in plaats van ten koste van hen. Dat betekent: het maken en gebruiken van spullen binnen de draagkracht van de Aarde, met respect voor leven en toekomst. Het betekent ook dat we de economie democratiseren, en publieke voorzieningen niet langer overlaten aan de markt maar in handen van de samenleving brengen. Hiervoor zullen we ook heel duidelijke keuzes moeten maken over welke industrie wél een toekomst heeft in Nederland en welke industrie niet. Strategische autonomie is van belang op Europees niveau, maar niet haalbaar voor Nederland alleen. Er zijn sectoren, zoals staalproductie en andere energie-intensieve basisindustrie, die beter passen in landen waar meer ruimte is en goedkope groene energie. Nederland kan zich richten op hoogwaardige maakindustrie, waarvoor hier de juiste kennis, kunde en ruimte is. Een visie vanuit de overheid op hoe Nederland er in de toekomst uit zal zien is hiervoor onmisbaar."
"Nederland ontwikkelt op korte termijn een visie voor een economie die past binnen de grenzen van de planeet. Welzijn van mens en dier staat hierbij centraal. Niet de burger, maar de vervuiler betaalt. Vervuilende sectoren als petrochemie, olieraffinage, luchtvaart, de vee-industrie worden afgebouwd. Sociale en circulaire sectoren worden gestimuleerd."