Regels voor landgebruikgegevens boeren (Woo)

De regering moet de Kamer informeren over de regels voor het vrijgeven van gegevens over landgebruik van boeren onder de Wet open overheid (Woo). Gewascodes geven namelijk te weinig informatie over de werkelijke uitstoot naar het milieu om als emissiegegevens te dienen.

Motie van het lid Flach over het beoordelingskader voor het aanmerken van gegevens van individuele bedrijven als directe emissiegegevens in de zin van de Wet open overheid

De kamer, constaterende dat de overheid gegevens over landgebruik van individuele boerenbedrijven, inclusief gewascodes, ziet als emissiegegevens en ze onder die noemer verstrekt in het kader van de Wet open overheid; overwegende dat onder meer gewascodes op zichzelf geen informatie geven over emissies naar het milieu en op het niveau van individuele bedrijven weinig zeggen als geen informatie beschikbaar is over bemestingsmethoden en gebruikte gewasbeschermingsmiddelen; overwegende dat uit de jurisprudentie blijkt dat geen onbegrensde verplichting tot openbaarmaking van gegevens bestaat, aangezien gegevens over hypothetische emissies niet als emissiegegevens aangemerkt hoeven te worden en aan emissies gelinkte gegevens alleen relevant zijn als ze zinvol gebruikt kunnen worden voor het controleren van door bestuursorganen vastgestelde emissies; verzoekt de regering de Kamer te informeren over het beoordelingskader met betrekking tot het aanmerken van gegevens van individuele bedrijven als directe emissiegegevens in de zin van de Wet open overheid, gegevens die noodzakelijk zijn om emissiecijfers zinvol te controleren en hypothetische emissies.
9 september | SGP | Aangenomen: 120–30 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil sturen op de daadwerkelijke emissies van boerenbedrijven in plaats van op ingewikkelde berekeningen over de neerslag van stikstof [1][2]. Daarnaast is het essentieel dat beleid en maatregelen aantoonbaar leiden tot emissiereductie om de juridische houdbaarheid van vergunningen te waarborgen [3]. Het verzoeken om duidelijkheid over het beoordelingskader voor wat als emissiegegevens wordt beschouwd, sluit aan bij de behoefte aan werkbaar beleid waarbij de focus ligt op effectieve sturing [2].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen specifieke argumenten tegen het verduidelijken van de criteria voor emissiegegevens onder de Wet open overheid.

Bronnen:

  1. "De stikstofuitstoot wordt de komende tien jaar gehalveerd ten opzichte van 2019, zowel de uitstoot van stikstofoxiden in de mobiliteit en industrie als ammoniakuitstoot in de landbouw. Alle sectoren dragen naar rato bij. We stappen af van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt en richten ons op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot. Ondernemers en dus ook boeren benaderen we vanuit vertrouwen in hun vakmanschap. Daarom stappen we zo veel mogelijk over van sturen op middelen naar sturen op doelen. Elk boerenbedrijf krijgt een bindend bedrijfsspecifiek doel dat is afgeleid van de landelijke opgave en sectorale emissieplafonds. Er komt daarmee veel minder nadruk in het beleid op opkoop van boerenbedrijven. De nadruk op emissie- en doelsturing is effectiever, zorgt ervoor dat er minder boerenbedrijven verdwijnen en vergt ook minder belastinggeld. Immers, met managementmaatregelen, slimme innovaties en een gunstige extensiveringsregeling in kwetsbare gebieden, zodat een bedrijf met minder vee uit kan, is aanzienlijke ammoniakreductie mogelijk. Er komt een agrarische hoofdstructuur, waar ruimte blijft voor hoogproductieve landbouw, en overgangszones rond natuurgebieden, waarin sprake is van extensivering van veehouderij en landgebruik. Grondgebondenheid in de melkveehouderij is een randvoorwaarde en gaan we na decennia van discussie eindelijk wettelijk vastleggen."
  2. "Stikstofwetgeving moet in de praktijk werkbaar zijn. Sturen op neerslag van stikstof in de natuur (depositie) is onwerkbaar gebleken. Het herleiden van depositiewaardes naar bedrijven is immers uiterst ingewikkeld en onzeker. Daarom moeten er landelijke, sectorale en uiteindelijk bedrijfsspecifieke emissienormen worden vastgelegd. Natuurlijk geldt de kritische depositiewaarde nog als indicator van de staat van de natuur, maar als wettelijk doel om op te sturen is de KDW onverstandig gebleken. Op deze manier creëren we handelingsperspectief. Om de bouw van woningen en wegen los te trekken voeren we een houdbare NOx-bouwvrijstelling in. Dit alles gaat samen met ambitieus emissiereductiebeleid."
  3. "Bij alles wat we doen om uit het stikstofmoeras te komen is 'borgen van de aanpak' het sleutelwoord. Dit houdt in dat op voorhand duidelijk moet zijn dat beleid en maatregelen leiden tot een zekere reductie van schadelijke emissies, en daarmee bijdraagt aan natuurherstel. Dat is noodzakelijk om voorbij het additionaliteitsvereiste te komen. Pas dan komt vergunningverlening weer op gang en houden afgegeven vergunningen stand voor de rechter. Dat is dan ook de reden dat bij doelsturing op het boerenerf er altijd een stok achter de deur zal moeten staan, zodat de emissiereductie op voorhand geborgd is. Daarbij is het niet de bedoeling daadwerkelijk dierrechten te schrappen, wel om er zeker van te zijn dat er minder stikstof wordt uitgestoten en vergunningen weer kunnen worden verleend. Als een boerenbedrijf in alle redelijkheid te weinig doet om onder zijn emissieplafond uit te komen, dan is op dat moment minder dieren houden de consequentie. Daartegenover staat dat er 5 miljard euro extra uitgetrokken wordt om boeren te helpen bij doelsturing, extensivering, omschakeling naar biologische landbouw, agrarisch natuurbeheer en natuurherstel."