Europese regels voor luchtkwaliteit

De regering moet de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit precies zo overnemen als de EU dat voorschrijft. Dit voorkomt onnodig strenge regels in Nederland. Te strenge regels kunnen namelijk de woningbouw, de bereikbaarheid en het bedrijfsleven schaden.

Motie van het lid Bikkers over bij de verdere implementatie van de Europese luchtkwaliteitsrichtlijn uitgaan van een een-op-eenimplementatie

De kamer, constaterende dat Richtlijn (EU) 2024/2881 vanaf 2030 aangescherpte Europese normen voor de luchtkwaliteit voorschrijft; constaterende dat de inhoudelijke uitwerking hiervan nog plaatsvindt via het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Omgevingsregeling; overwegende dat moet worden voorkomen dat bij deze uitwerking onnodig strengere normen of aanvullende verplichtingen worden ingevoerd dan Europees noodzakelijk is; verzoekt de regering om bij de verdere implementatie uit te gaan van een een-op-eenimplementatie van de Europese richtlijn, om bij de voorhang van de lagere regelgeving inzichtelijk te maken welke onderdelen rechtstreeks uit de richtlijn voortvloeien en waar nationale beleidsruimte bestaat, en om eventuele voorstellen om verder te gaan dan Europees noodzakelijk is afzonderlijk en zwaarwegend te onderbouwen, inclusief de gevolgen voor woningbouw, bereikbaarheid, bedrijvigheid en regeldruk.
9 september | VVD | Aangenomen: 97–53 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma 50plus

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij stelt dat er geen extra nationale regels mogen komen bovenop de Europese afspraken [1] en wil dat dezelfde regels voor iedereen binnen Europa gelden [1]. Om de Nederlandse concurrentiepositie te beschermen, streeft de partij naar het optimaal beprijzen van CO2 op Europees niveau [3]. Daarnaast wil de partij voorkomen dat Nederland door symboolpolitiek vooroploopt [4] en streeft naar een beleid dat niet strenger is dan dat van de buurlanden [2].

Argumenten tegen: Het aangeleverde programma bevat geen argumenten om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Dezelfde regels voor iedereen binnen Europa. Dus geen nationale CO2-heffingen en geen extra regels bovenop de Europese afspraken."
  2. "Een Nederlands landbouwbeleid dat niet strenger is dan dat van onze buurlanden."
  3. "Het optimaal beprijzen van CO2 op Europees niveau, zodat CO2-reductie wordt versneld zonder de concurrentiepositie van Nederland aan te tasten."
  4. "De wens om voorop te lopen, vaak met symboolpolitiek, was sterker dan een werkelijke toewijding aan vermindering van de CO2-uitstoot of aan het beschermen van de Nederlandse welvaart. Dat vraagt om nieuwe maatregelen en correctie van al bestaande maatregelen."