Geld voor onderhoud aan wegen en spoor

De regering moet een financieel plan voor de lange termijn maken voor de infrastructuur (zoals wegen en spoor). Er komt rond 2040 een tekort van 50 miljard euro voor het onderhoud hiervan. Achterstallig onderhoud leidt tot wegafsluitingen en hoge kosten voor de logistiek. Daarom moet de regering onderzoek naar nieuwe financieringsvormen versnellen.

Motie van de leden Stoffer en Bikker over de onafhankelijke IBO-werkgroep in overweging geven bij alternatieve vormen van financiering van infrastructurele investeringen breed en op lange termijn te kijken

De kamer, constaterende dat er richting 2040 naar verwachting een tekort van ruim vijftig miljard euro ontstaat op de instandhouding van de Rijksinfrastructuur en uitstel van noodzakelijke renovatie en vervanging de kosten alleen maar laat oplopen; overwegende dat achterstallig onderhoud steeds vaker leidt tot wegafsluitingen met hoge maatschappelijke kosten, onder meer voor de logistieke sector; van mening dat incidenteel extra budget voor instandhouding van de infrastructuur onvoldoende perspectief geeft voor het bijbenen van de exponentieel groeiende instandhoudingsopgave en een plan nodig is voor meer structurele financiering en een financieel langetermijnperspectief; overwegende dat onderzoek loopt naar alternatieve vormen van financiering van infrastructurele investeringen, en daarnaast een interdepartementaal beleidsonderzoek is gestart; verzoekt de regering de onafhankelijke ibo-werkgroep in overweging mee te geven om bij alternatieve vormen van financiering van infrastructurele investeringen breed en op lange termijn te kijken, inclusief de mogelijkheid van een baten-lastenstelsel voor het Mobiliteitsfonds, een investeringsfonds naar het voorbeeld van Duitsland en meekoppelkansen met Defensie; verzoekt de regering het ibo te versnellen en op basis hiervan voor de behandeling van de Voorjaarsnota een voorstel te doen om te komen tot een financieel langetermijnperspectief voor infrastructurele investeringen dat past bij de instandhoudingsopgave en ruimte schept voor aanlegprojecten.
17 september | SGP, CU | Verworpen: 61–89 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PVV

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil dat provinciale opcentsen als doelheffing worden ingezet voor de belangen van de automobilist, zoals meer asfalt en wegverbredingen [1]. Daarnaast wijst de partij op de tekortkomingen van de NS wat betreft de betrouwbaarheid en capaciteit [2].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen informatie die de noodzaak van een structureel financieel langetermijnperspectief voor infrastructuur tegenspreekt.

Bronnen:

  1. "Over de motorrijtuigenbelasting betalen automobilisten provinciale opcenten. Dit geld belandt in de provinciekas en wordt vervolgens aan van alles en nog wat besteed - ook aan dingen waar de automobilist niets aan heeft. Daarom wil de PVV dat de provinciale opcenten een doelheffing worden: dit geld moet worden uitgegeven in het belang van de automobilist - aan meer asfalt, wegverbredingen, verkeersveiligheid etc. De automobilist heeft er immers voor betaald."
  2. "Liggen er blaadjes op het spoor of sneeuwt het? Dan rijden de treinen niet. Is het te warm? Dan rijden de treinen niet. Maar ook onder 'normale' weersomstandigheden zijn er volop storingen, defecte treinen en vertragingen. En áls de treinen rijden, is het hebben van een zitplaats niet vanzelfsprekend. De Nederlandse Spoorwegen faalt. Ondertussen zijn de treinkaartjes duurder en duurder geworden! De NS moet doen wat ze moet doen: genoeg treinen met voldoende zitplaatsen op tijd laten rijden ook zeker in de spits!"