Glastuinbouw buiten het ETS2-systeem houden

De regering moet samen met de sector en de Nederlandse Emissieautoriteit onderzoeken hoe de glastuinbouw buiten het ETS2-systeem (emissiehandel) gehouden kan worden. De sector heeft nu te veel milieuheffingen en de compensatie is onvoldoende. Het vrijgekomen geld moet worden gebruikt om de energiebelasting te verlagen en de productie van groengas te ondersteunen.

Motie van de leden Flach en Grinwis over bezien hoe de glastuinbouw buiten ETS2 gehouden kan worden

De kamer, overwegende dat de Kamer heeft gevraagd om niet over te gaan tot een opt-in voor ETS2 voor de glastuinbouw zolang de partners in het Convenant Energietransitie Glastuinbouw 2022–2030 hier niet mee hebben ingestemd (36 600-XIV, nr. 24); overwegende dat de glastuinbouw te maken heeft met een onevenredige stapeling van milieuheffingen; overwegende dat de toegezegde compensatie beperkt is en onnodig drukt op de rijksbegroting; overwegende dat het uitzonderen van de glastuinbouw bij ETS2 weliswaar uitvoeringstechnisch lastiger is, maar niet onmogelijk; verzoekt de regering samen met de sector, energieleveranciers en de Nederlandse Emissieautoriteit te bezien hoe de glastuinbouw buiten ETS2 gehouden kan worden en het vrijvallende compensatiebudget voor de bijmengverplichting te investeren in onder meer verlaging van de energiebelasting en ondersteuning van groengasproductie.
21 september | SGP, CU |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil voorkomen dat het bedrijfsleven wordt overladen met onnodige regeldruk en onduidelijkheid [2]. Daarnaast is de visie dat de opbrengsten van beprijzingsmechanismen zoals ETS-2 ten goede moeten komen aan de financiële compensatie van bedrijven [2].

Argumenten tegen: De partij steur het Europese plan om de uitstoot via het emissiehandelssysteem te verminderen [1] en hecht veel belang aan een Europees gelijk speelveld om uitstootlekkage te voorkomen [3]. Ook streeft de partij naar een hogere reductie in 2030 dan het Europese minimum om tegenvallers op te vangen [3].

Bronnen:

  1. "Om grote uitstoters te verduurzamen, steunen we het Europese plan om versneld de uitstootrechten voor broeikasgassen in het emissiehandelssysteem in 2040 naar nul af te bouwen. We blijven werk maken van maatwerkafspraken met grote, strategische bedrijven en sectoren. Bedrijven die een plan hebben om volledig te verduurzamen, krijgen steun. De nationale CO2-heffing blijft als instrument bestaan, maar zetten we voor bedrijven waar de overheid in gebreke blijft op nul. Het doel van de heffing is niet om geld op te halen. Mochten er opbrengsten zijn, dan komen die ten goede aan de industrie om de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden te realiseren. We maken in Europees verband werk van het normeren van de vraag, zodat er ook Europese markten zijn voor de duurzaam (en circulair) geproduceerde producten. We stimuleren waterstofinnovatie, om duurzaam opgewekte energie ook te kunnen gebruiken. Naast eigen productie en opslag in Nederland richten we ons op de import van groene waterstof uit landen waar meer ruimte is voor duurzame energieopwekking."
  2. "We zien aanvullende Europese regelgeving voor verduurzaming en maatschappelijk verantwoord ondernemen niet als bedreiging, maar als een kans. Het is zaak om dergelijke regelingen proactief en verstandig te implementeren, om niet de boot te missen, en te voorkomen dat het bedrijfsleven wordt overladen met onnodige regeldruk en onduidelijkheid. De opbrengsten van beprijzingsmechanismen als ETS-2 komen ten goede aan de vergroening van de economie en financiële compensatie van bedrijven en burgers. Nationale heffingen bovenop Europese maatregelen zijn niet altijd effectief, omdat vervuiling in sommige gevallen niet minder wordt, maar simpelweg verplaatst. Dergelijke effecten moeten worden meegewogen bij beleidsvorming."
  3. "Wij zien het Akkoord van Parijs en de Europese doelstellingen die daarop zijn gebaseerd als een goede basis. Dat geldt ook voor de Nederlandse Klimaatwet waarin is vastgelegd dat we in 2030 55% CO2-reductie moeten hebben behaald ten opzichte van 1990. De ChristenUnie richt zich op een hogere reductie in 2030, zodat tegenvallers er niet direct toe leiden dat we het minimale doel niet halen. Vermindering van uitstoot in eigen land mag niet leiden tot hogere uitstoot elders. Daarom wordt bij klimaatbeleid zoveel mogelijk ingezet op een Europees gelijk speelveld, met zo min mogelijk weglek. We normeren verstandig, maken gerichte afspraken met (top)sectoren en subsidiëren innovatie, zoals via schoon- en emissieloos bouwen. In het Klimaatfonds trekken we extra geld uit voor energie-infrastructuur, zoals elektriciteits- en wartmenetten, isolatie van huizen en verduurzaming van de industrie, zodat Nederland een sterke en schone industriële sector behoudt."